IK HOOP DAT je mij de veralgemening niet kwalijk neemt, maar Italianen zijn praatjesmakers. Voor Italianen is het leven één groot theater. Tegelijkertijd –het kan aan mij liggen– ken ik geen enkele Italiaan die geen anarchistisch kantje heeft.
Op vakantie in Turijn werden M. en ik uitgenodigd door een oud Turijns koppel om bij hen thuis een glaasje grappa te komen drinken. De gesprekken kregen 'grappaiaanse allures’. Hun anti-etatisme was voor hen reden genoeg om een grote fan van Berlusconi te zijn.


Satire als wapen in 'Het narrenschip' (1494) door de humanist Sebastian Brant.

Anti-machtsuitingen zijn overigens van alle tijden: de hofnar bijvoorbeeld kon de spot drijven met de heersende opvattingen, zonder dat hij ervoor gestraft werd; Tijl Uilenspiegel; carnaval; cartoons, …
Dwaasheid is altijd al een belangrijk literair instrument voor schrijvers om ongehinderd kritiek te kunnen uiten op de gevestigde orde. Een voorbeeld hiervan is De narrenspiegel - Het narrenschip uit 1494, van de humanistische schrijver en theoloog Sebastian Brant, gebaseerd op een allegorie van Plato.




Bel discorso anarchico




Terug naar Italië, Rome meer precies. Toen we met het bedrijf voor een studieweekend naar Rome gingen, werden we rondgeleid door cultuurfilosofe en vriendin Christine Gruwez. Zij bracht ons onder meer tot bij Pasquino, een van de zes statue parlanti (sprekende beelden), die de ‘bel discorso’ en de anarchie verenigen.


Reeds sinds de 16de eeuw worden deze beelden versierd met spottende teksten en kritiek op de machthebbers: de paus, de bisschoppen, de koningen, de hertogen, ….



De zes beelden zijn (van links boven naar rechts onder):


  • Marforio – Piazza del Campidoglio, bij de Musei Capitolini
  • Abate Luigi – Piazza Vidoni
  • il Babuino – Via del Babuino
  • Madama Lucrezia – Piazza di San Marco, bij de Basilica di San Marco
  • il Facchino – via Lata, een zijstraat van de Via del Corso
  • Pasquino – Piazza di Pasquino, om de hoek bij Piazza Navona

Samen vormen ze het Congresso degli arguti (Het spotterscongres). Ze delen de laatste roddels of ergernissen met elkaar, meestal op sarcastische toon. De bekenste van de zes is Pasquino.



Pasquino, de aanstichter


Hedwig Zeedijk vertelt erover in haar leuke, aan te raden ‘Gids naar de ziel van Rome’.
Het fenomeen van de statue parlante ontstond in de zestiende eeuw.
Pasquino was een kleine Romeinse middenstander, bekend om zijn scherpe kritiek op de lokale machthebbers, met name de clerus. Toen hij overleed werd, bij het afbreken van zijn huis, in de ondergrond een beschadigd antiek beeld gevonden. Kardinaal Olivier Carafa liet het beeld in 1501 aan een hoek van zijn paleis op een sokkel plaatsen. Het beeld kreeg onmiddellijk de naam Pasquino. Het staat er nu nog.
Ter gelegenheid van de feestdag van Sint Marcus (San Marco) drapeerde de kardinaal het beeld in een toga en versierde het met Latijnse epigrammen. Bijna onmiddellijk begonnen de Romeinen de machthebbers te hekelen in satirische versjes die ze op Pasquino aanbrachten. Paus, clerus, regering worden bespot en besproken dat het een lieve lust was. Ze werden ‘pasquinades’ genoemd.
Zo werd Pasquino de stem van het ontevreden Rome. En is het nog altijd.


Een gravure uit 1550, met Pasquino en de commentaarpapiertjes

Een aantal pausen hadden als snel genoeg van deze satires en verboden de ‘pasquinades’. Een paus sprak zelf de doodstraf uit voor zij die nog gedichten durfden aanbrengen. Tevergeefs, uiteraard. Integendeel, Pasquino diende hen altijd snel van antwoord.


Bijvoorbeeld deze ‘pasquinade’ toen een paus het beeld in de Tiber wilde laten gooien.
Pasquino verwittigde hem dat zijn commentaren dan nog heviger zouden zijn:
Se si gittaua nell'acqua Pasquino,
le rane farebbono il suo mestiere.
e non finirebone mai di cantare.

Als je Pasquino in het water gooit,
zullen kikkers nog beter hun best doen,
en nooit meer stoppen met kwaken.


Enkele gekende pasquades


Quod non fecerunt barbari, fecerunt Barberini
Wat de barbaren niet deden, deden de Barberini
(250.000 kg brons van het Pantheon verwijderen om het baldakijn van de Sint-Pietersbasiliek te laten maken door Bernini)


Da quando è Niccolò papa e assassino, abbonda a Roma il sangue e scarso è il vino.
Sinds Nicolaus paus en moordenaar is, vloeit het bloed rijkelijk in Rome en is de wijn schaars.


Santo Padre, non più puttane!
Pane, pane, pane, pane!

‘Heilige Vader, niet nóg meer hoeren!
Brood, brood, brood, brood!’


Een dialoog tussen twee statue parlanti:
Marforio: Sono ladri i Francesi?
‘Zijn de Fransen boeven?’
Pasquino: Non tutti, ma Bona Parte
.
’Niet allen, maar wel Bonaparte.’
(Woordspeling met het Italiaans buona parte, ‘een groot deel’.)


Lees je Italiaans? Dan vind je zeker plezier in nog meer pasquinades.


Enkele weetjes


  • Gian Lorenzo Bernini, de grote architect/beeldhouwer, omschreef Pasquino eens, tot groot ongenoegen van zijn toehoorders, als het beeldhouwwerk van Rome dat hem het meest dierbaar is (piu riguardevole).
  • Sinds kort mag je teksten niet meer op het beeld plakken, maar op een plakkaat naast het beeld. Hoe onnozel is dat.
  • Het Nederlandse ’paskwil’, net zoals het Franse ‘pasquin’, is afgeleid van ’pasquinades’ en betekent ‘spotschrift’, ‘smaadschrift’, een beledigend pamflet dus.
    In het Hebreeuws staat het woord ‘pashquevill’ voor een ultrareligieus Joods pamflet.



Elke stad zijn statue parlanti


Elke stad zou zo zijn statue parlanti moeten hebben. Op zijn minst toch één.
Ook Leuven, mijn thuisstad, verdient zo'n standbeeld. Ik heb wat rondgekeken.


  • Erasmus heeft spijtig genoeg een wat te klein voetstuk.
  • Justus Lipsius, de humanist, is een goede kandidaat.
  • Paepe Thoon, de grappige pastoorszoon, is ook een uitstekende kandidaat.
  • Ook Pieter Coutereel, de Leuvense Jacob van Artevelde, is een goede kandidaat. Misschien wat voor de hand liggend.
  • En de Koeienschieter uiteraard ook, misschien een beetje te ver uit het centrum

Ik kies voor Paepe Thoon. Wie schrijft er het eerste gedicht?


Paepe Thoon is een goede Leuvense kandidaat als 'statue parlante'. Foto: © statues.vanderkroght.net

Stillezen: Paepe Thoon

Voor zij die Paepe Thoon niet kennen, dit bericht uit het Nieuwsblad van 24 september 2014:
“Aan de brug over de Dijle in de Brusselsestraat staat een bronzen standbeeld van een beroemde figuur uit de Leuvense geschiedenis: Paepe Thoon. Het beeld werd gemaakt door beeldhouwer Peter Vanbekbergen.
Het verhaal van Paepe Thoon is voor elke Leuvenaar gemeengoed. Hij leefde in de vijftiende eeuw en was de zoon van Jan van der Phalisen, de toenmalige pastoor van de Sint-Pieterskerk. Hij was organist van diezelfde kerk maar was in Leuven in de eerste plaats bekend om de grappen die hij uithaalde, tot hij van een plaatselijke rechter het verbod kreeg om ooit nog voet op Brabantse grond te zetten en werd verbannen naar Luik.
Paepe Thoon vond uiteraard een manier om het verbod te omzeilen. Hij keerde met paard en kar terug naar Leuven met Luikse klei onder zijn voeten. Zo kon niemand hem verwijten dat hij voet had gezet op Brabantse grond.”