Open brief aan Koen Fillet

 

Beste Koen,

IK BEN EEN grote fan van jou. Jouw ter ziele gegane radioprogramma Interne Keuken behoort tot de weinige radioprogramma’s waarvan ik het verdwijnen nog altijd niet volledig verwerkt heb. En, niet onbelangrijk voor mijn bewondering, je bent een uitstekend schilder.

Maar toen gebeurde het. Een jaar geleden, of is het slechts een paar maanden geleden - verdriet heeft de neiging de tijd uit te rekken – deed je op de radio een uitspraak waarvan ik wekenlang moest bekomen. Letterlijk citeren kan ik niet meer, de schok speelt mij nog altijd parten, maar je zei ongeveer het volgende: “De puntkomma? Dat is een leesteken voor would-be’s, voor semi-intellectuelen die eens belangrijk willen doen. Je kan hetzelfde toch bereiken met een komma, een dubbele punt of een punt.” Kortom, je vond de puntkomma maar niks.
En jouw gesprekspartner – wiens naam ik, vermoedelijk moedwillig, ben vergeten – gaf je, na een haast onmerkbare aarzeling, gelijk: “Ja, dat is zo.” Geen tegenwerping. Geen protest. Geen verdediging van een leesteken dat zichzelf onmogelijk kan verdedigen. Koen, het deed me pijn.

Jij. Of all people. Jij, die als schilder weet dat een nuance soms belangrijker is dan een kleur. Ik kan me moeilijk voorstellen dat je voor een canvas staat en denkt: “Ach, wit, witgrijs, grijs, hetzelfde toch.” Niemand doet dat. Waarom zou je dan wel zeggen: “Ach, komma, punt, puntkomma, hetzelfde toch.“

Prachtig zelfportret van Koen Fillet, met als titel “Voor bijna alles heb ik me geschaamd”, s.d. (Koen Fillet)

 

Puntkomma

Dat bewuste radioprogramma bracht verdriet op verdriet. Want de puntkomma is al decennialang het kneusje van de Nederlandse taal. De andere leestekens triomferen. De komma houdt vast. De punt laat los. Een uitroepteken en vraagteken zeggen zelf waarvoor ze in dit leven staan. Alleen de puntkomma zit ergens ineengedoken achteraan op de speelplaats, met een boterham in aluminiumfolie.

Daarom wil ik, ook ter wille van onze vriendschap, een poging ondernemen om dit leesteken, dat door jou opzij werd geschoven als irrelevant, van enige rehabilitatie te voorzien.

 

Puntkomma

Waartoe hebben we die puntkomma nodig? Wat brengt ze bij?

Een komma houdt een zin in beweging. De lezer weet dat er nog iets komt dat de gedachte zal voltooien. Lief Van Mileghem, mijn lerares voordracht en ook een van mijn inspiraties, leerde ons dat je bij een komma even halt houdt. Een korte rust.
Een punt daarentegen sluit een gedachte af. Twee zinnen die door een punt van elkaar gescheiden zijn, staan elk op zichzelf. Zelfstandig. De rust duurt iets langer.
De puntkomma bevindt zich precies tussen die twee uitersten. Tussen zelfstandigheid en verbondenheid. De zinnen die naast elkaar staan behouden elk hun zelfstandigheid en tegelijk hun verbondenheid met de andere gedachte.
De puntkomma zegt als het ware: “Dit is een nieuwe gedachte; vergeet de vorige nog niet.”
Een komma zou hier grammaticaal niet volstaan. Een punt zou de scheiding te hard maken. De puntkomma laat beide gedachten in elkaars nabijheid blijven.
Zij leeft precies in dat tussengebied waar de meeste interessante dingen zich afspelen: tussen zekerheid en twijfel, tussen afscheid en verbondenheid, tussen “ik ga naar huis” en “maar eerst nog één glas”.

Ik weet het, Koen. We hebben het hier over details. Maar taal zit hem in de details. Net zoals schilderen.

Ik voel bij jou nu toch een kleine aarzeling opborrelen. Misschien ben je zelfs een beetje van je melk. Dat was ook mijn gevoel die bewuste radiodag.

 

Puntkomma

Een klein terzijde. De puntkomma is ook bijzonder nuttig in opsommingen waarin de onderdelen zelf al komma's bevatten. Bijvoorbeeld: “De deelnemers kwamen uit Leuven, België; Utrecht, Nederland; Lille, Frankrijk.” Haal hier de puntkomma’s weg en je begrijpt meteen waarom zij hier noodzakelijk zijn.
Maar dat is eigenlijk haar minst boeiende functie.

 

Puntkomma

De puntkomma behoort nog tot die oudere familie van leestekens die niet alleen grammatica regelen, maar ook een bepaalde manier van denken en ademen zichtbaar maken. Ze is meer een dirigent dan een verkeersbord. Meer muziek dan grammatica.

Ergens las ik ooit: “De komma is ademhalen. De punt is zwijgen. De puntkomma is nadenken.” Of iemand dat werkelijk heeft gezegd, weet ik niet meer. Maar het klinkt waar.
Misschien verklaart dat ook waarom schrijvers als Hugo Claus, Virginia Woolf en Marcel Proust zo graag puntkomma’s gebruikten. Hun zinnen wilden niet alleen informatie overbrengen maar zij wilden denken ook zichtbaar maken.

Ik wil tegen jou eerlijk blijven en ook melden dat niet iedereen die liefde deelt. Kurt Vonnegut bijvoorbeeld vond dat men de puntkomma beter kon laten voor wat ze was. Maar ja, men moet dergelijke uitspraken in hun culturele context plaatsen. Amerikanen hebben ook moeite met kaas die ouder is dan drie weken en met een stilte die langer duurt dan zeven seconden.
 

Puntkomma

Laat mij eindigen met Hannah Arendt. Zij gebruikte de tafel als beeld voor de gemeenschappelijke wereld. De tafel verbindt de gesprekspartners, maar houdt hen ook uit elkaar. Zij verhindert dat wij samenvallen en voorkomt tegelijk dat wij uiteenvallen.
De puntkomma doet hetzelfde. Toegegeven, op iets bescheidener schaal. Voor zover ik weet, heeft Hannah Arendt dan ook nooit een boek over de puntkomma geschreven.

In die zin is de puntkomma misschien wel het meest verdraagzame leesteken. Ze weigert te kiezen tussen volledige eenheid en volledige scheiding. 

Net daarom is de puntkomma opgenomen in mijn persoonlijke lijst van inspiraties. OK, dat is een zeer subjectieve lijst. Soit. Er staan onder meer Simone Weil, Andrej Tarkovsky en Rainer Maria Rilke op. Ik geef toe dat dit een ietwat merkwaardig gezelschap vormt. Mocht Arendt hen samen aan een tafel zetten, dan zou Rilke zwijgen, Tarkovsky naar buiten kijken, Simone Weil zichzelf vergeten en de puntkomma ergens tussen hen in zitten zonder dat iemand haar opmerkte. Oh ja, ook jij staat – voorlopig nog – in mijn inspiratielijst. Ik vermoed alleen dat je bij het aanschuiven meteen zou vragen wat die puntkomma daar eigenlijk zit te doen.

Wat eigenlijk haar lot perfect samenvat. En mijn therapeut alweer werk bezorgt.
 

Puntkomma

Vandaar, beste Koen, deze brief. Niet om jou openlijk in het ongelijk te stellen, maar om de puntkomma opnieuw een plaats aan tafel te geven. Zij hoeft niet op de ereplaats te zitten. Maar ergens tussen de genodigden lijkt mij niet onredelijk.

En om de indruk weg te nemen dat ik lid ben van een clandestiene vereniging van puntkommafanaten, heb ik tot nu toe in heel deze brief geen enkele puntkomma gebruikt, behalve in de voorbeelden; daar de puntkomma weglaten zou al te absurd zijn.

Mocht deze brief je niet overtuigen, dan rest mij weinig anders dan de zaak te laten rusten. Maar diep vanbinnen zal ik weten dat je ongelijk hebt.

 

Warme groet,
Pieter

 

PS. Er rest mij nog één laatste getuige ten laste. Theodor Adorno meende dat het verdwijnen van de puntkomma het begin was van een culturele achteruitgang die uiteindelijk zou uitmonden in de overwinning van de domheid. Ik geef toe dat dit misschien licht overdreven is. Maar het is prettig te weten dat ik in dit dossier niet alleen sta.

PPS. De puntkomma is sinds enkele jaren ook het symbool een beweging rond mentale gezondheid. De gedachte erachter is eenvoudig: waar iemand een (suïcidaal) punt had kunnen zetten achter zijn verhaal, koos hij of zij voor een puntkomma. Het verhaal gaat verder. ‘My story isn't over’.
De puntkomma – van alle tekens – zou nooit hebben durven dromen dat zij ooit zo'n mooie betekenis zou krijgen.