“IK DENK DAT er geen enkele stad in de wereld is waar zoveel boeken over zijn geschreven." Marc Van de Velde zegt het bijna terloops. Maar achter die vaststelling schuilt een fascinatie die hij deelt met duizenden anderen. Rome laat mensen niet los. “We hebben leden die duizenden boeken over Rome bezitten. Weer anderen richten een vereniging op om hun liefde voor de stad te delen. Sommigen hebben zelfs een appartement in de Stad gekocht. En eerlijk gezegd: ik vind dat Rome-bezeten zijn normaal. Ik versta dat.”
Rome, de onweerstaanbare
Volgens Van de Velde is het de stad die als een magneet werkt, niet zozeer het rijk. “Natuurlijk weet iedereen dat Rome ooit het centrum van een wereldrijk was, maar de aantrekkingskracht zit vooral in de stad zelf: de pleinen, de kerken, de ruïnes, de musea, het dagelijkse leven. En de geschiedenis daarvan. Niet de geschiedenis als opeenvolging van data en keizers, maar als een fysieke aanwezigheid. In Rome ligt het verleden niet achter ons. Het ligt onder onze voeten, naast ons, boven ons. Elke straat lijkt gebouwd op oudere straten. Elke muur rust op oudere muren. Zodra men begint te graven, duiken nieuwe resten op. Muren. Fundamenten. Tempels. De stad lijkt nooit volledig afgewerkt en nooit volledig opgegraven. Ik herinner me de Leuvense burgemeester Louis Tobback die zich zorgen maakte toen men in Leuven op een oude muur botste tijdens graafwerken. In Rome zou niemand daarvan opkijken. Ik vraag me soms af hoe ze in Rome ooit een metrostation kunnen bouwen zonder dat archeologen roepen: stop!”
Rome is een lasagne van geschiedenis.
Van de Velde raakt op dreef over zijn liefde: “Rome is een lasagne van geschiedenis. De Basilica di San Clemente is daar een mooi voorbeeld van. Je daalt er letterlijk door de eeuwen heen. Elke verdieping brengt je een paar eeuwen verder terug in de tijd.”

Wij opperen dat misschien juist daarin de aantrekkingskracht van ruïnes schuilt: ze maken de geschiedenis tastbaar.
“Het is ruimer. Ruïnes tonen niet alleen wat verdwenen is, maar ook wat gebleven is. Een ruïne doet twee dingen tegelijk. Een ruïne zegt: dit is voorbij, memento mori, en daarnaast zegt het: toch sta ik er nog. In Rome is dat gevoel overal aanwezig. Op het Forum moet je wel veel verbeelding hebben om nog een gebouw te zien in wat alleen nog zuilen, stenen en brokstukken zijn. Maar precies daardoor begint het verleden te werken. De ruïne vraagt om aanvulling. Ze maakt de kijker medeplichtig.”
In de achttiende eeuw werd deze liefde voor ruïnes een hele cultuur. Reizigers van de Grand Tour kwamen naar Rome om de resten van de oudheid te bekijken. Kunstenaars als Giovanni Battista Piranesi (1720-1778) maakten er monumentale prenten van.

Bij Piranesi zijn ruïnes nooit zomaar kapotte gebouwen. Ze worden groter dan het leven: donker, dramatisch, overweldigend. Zijn Rome is geen nette archeologische reconstructie, maar een stad waarin de oudheid als een reusachtig geheugen boven de moderne mens uittorent.
De ruïne is er geen decor, maar een manier van denken en leven.
Nogmaals Van de Velde: “Dat maakt Rome en haar ruïnes zo bijzonder. De stad bewaart haar verleden niet als iets afgesloten. Ze leeft tussen haar eigen resten. De ruïne is er geen decor, maar een manier van denken en leven. Ze herinnert ons eraan dat beschavingen verdwijnen, maar ook dat ze sporen nalaten die eeuwen later nog altijd tot de verbeelding spreken.”
Functionerende ruïnes
Als ik aan Van de Velde vraag wat hij het meest bewondert aan de Romeinen, dan hoeft hij niet lang na te denken. “Hun technische kennis. De aquaducten bijvoorbeeld blijven mij verbazen. Die werden gebouwd over enorme afstanden, met een welberekende, minimale helling, door tunnels en over valleien. En dan denk ik: hoe kregen ze dat voor elkaar, tweeduizend jaar geleden? Dat is onbegrijpelijk. En ruïnes zijn in Rome niet zomaar ruïnes. We kijken er niet alleen naar resten van wat voorbij is, maar ook naar vormen die nog altijd functioneren. Het Pantheon is vandaag nog steeds een kerk én een toeristische trekpleister. De Acqua Vergine, een Romeins aquaduct uit de tijd van Augustus, voert nog altijd water naar de Trevifontein. En uit de nasoni, de kleine fonteintjes verspreid over de stad, stroomt nog altijd fris drinkwater, soms aangevoerd via oude aquaducten. Door de eeuwen heen werden leidingen en infrastructuur vernieuwd, maar de watervoorziening zelf vertoont een opmerkelijke continuïteit met de Romeinse tijd.”
Van de Veldes bewondering blijft niet beperkt tot de techniek. Minstens even opmerkelijk vindt hij hun vermogen om een wereldrijk te organiseren. “Nog indrukwekkender vind ik de bestuurlijke prestatie. Hoe bestuur je een rijk dat zich uitstrekt van Brittannië tot Irak? En dat zonder telefoon, zonder telegraaf, zonder internet? Maanden was een bericht onderweg. En toch konden ze beslissingen doorvoeren.”
Maanden was een bericht onderweg. En toch konden ze beslissingen doorvoeren.
Van de Velde maakt hier een eenvoudige vaststelling, maar ze raakt aan iets fundamenteels. De Romeinen bouwden niet alleen monumenten; ze bouwden vooral een systeem dat werkte. “Gouverneurs stuurden berichten naar Rome, bevelen reisden terug, belastingen werden geïnd, legioenen verplaatst en steden bestuurd. En dat allemaal met de snelheid van een paard, een schip en een menselijke boodschapper. Het rijk was machtig, dat is zeker. Maar vooral: het slaagde erin orde te scheppen op een schaal die voorheen ondenkbaar was. Asterix en Obelix zeggen dan wel: ‘Rare jongens, die Romeinen.’ Ik denk eerder: ‘Slimme jongens, die Romeinen.’”
Rome als open beschaving
Maar de bewondering voor Rome mag ons niet blind maken voor de andere kant van het verhaal, werp ik voor de voeten van Van de Velde. Rome was ook een bijzonder gewelddadige samenleving. “Ja, de Romeinen waren geen doetjes. Wat mij treft, is dat de Romeinen tegelijk briljante ingenieurs en keiharde machthebbers waren. Ze bouwden aquaducten die tweeduizend jaar later nog functioneren, maar organiseerden ook gladiatorenspelen, kruisigingen en veroveringsoorlogen. Je kunt Rome niet begrijpen als je slechts één van die twee kanten ziet.”
“Als ik één Romeinse gedachte zou willen bewaren, dan is het misschien wel de openheid tegenover vreemden. Ze begrepen dat geweld alleen niet volstaat om een rijk bijeen te houden. Overwonnen volkeren konden uiteindelijk deel worden van het systeem. Niet meteen, niet allemaal en niet op gelijke voet, maar het Romeinse systeem had een uitzonderlijk vermogen om vreemden, bondgenoten en provinciale elites in zijn orde op te nemen. Het is vaak verstandiger een verslagen vijand op te nemen dan hem eeuwig te onderdrukken. Zeker als het rijk geografisch zo uitgebreid is.”
Een rijk bouw je niet alleen met legioenen, maar ook met burgerschap
Dat ze dit niet uit medelijden deden, bevestigt Van de Velde. “Het is zeker geen humanisme avant la lettre. Het is verstandig eigenbelang. In die zin was Rome minder idealistisch dan pragmatisch: een rijk bouw je niet alleen met legioenen, maar ook met burgerschap. Dat is toch geniaal: je versloeg je vijanden, en probeerde hen daarna Romein te maken.”
Dat verklaart misschien ook waarom Rome vandaag nog altijd politieke denkers en politici inspireert. Bart De Wever verwijst graag naar Rome, het Latijn en de klassieke vorming. “Ja, De Wever. Dat is een historicus. Maar bij hem staat Rome niet alleen voor geschiedenis, ook voor cultuur, identiteit en continuïteit: een samenleving ontstaat niet uit het niets, maar steunt op lagen van burgerschap, recht en instellingen. De Wever is een conservatief à la Edmund Burke. Verandering moet evolutief gebeuren, niet revolutionair. Hij is niet toevallig een grote bewonderaar van Augustus (63 v. Chr.-14), die na ongeveer een eeuw van burgeroorlogen stabiliteit bracht zonder openlijk met de Romeinse traditie te breken.”
Ook anderen hebben Rome gebruikt als spiegel voor hun eigen politieke verlangens. Van de Velde noemt als voorbeeld Gabriele d'Annunzio (1863-1938). “Deze flamboyante dichter zag Italië als de erfgenaam van Rome en droomde van een nationale wedergeboorte vol heroïek, macht en beschaving. Aan het Gardameer bouwde hij een monument voor zichzelf, het Vittoriale degli Italiani. Zeker de moeite waard om te bezoeken. Ook bij hem gaat het niet om de ruïnes van Rome, maar om het idee van Rome.”
Van de Velde vertelt dat hij minder ideologisch naar Rome kijkt: “Bij mij overheerst vooral de verwondering. Maar ook die verwondering raakt aan dezelfde gedachte: Rome blijft aanspreken omdat het niet alleen voorbij is. Het werkt nog door.”
Misschien is het christendom daarvan wel het meest opvallende voorbeeld. Geen enkele andere erfenis van Rome leeft vandaag nog zo zichtbaar voort als de kerk. Als ik Van de Velde vraag of hij dat ook zo ziet, knikt hij. “Ja, eerst vervolgd, dan gekoesterd. Je kunt in Rome niet naast de katholieke kerk kijken. Er zijn honderden kerken. Te veel, naar mijn goesting. Maar soit. Het bracht schitterende gebouwen voort, prachtige kunst zoals de Sixtijnse kapel. Ik denk dat het christendom, met name de katholieke kerk, nooit zo'n wereldgodsdienst was geworden zonder Rome. Zodra het Romeinse Rijk het christendom omarmde, kon deze godsdienst zich verspreiden tot in de verste uithoeken van het rijk, dankzij het Romeinse bestuursapparaat, de wegen, de steden en de politieke macht. Rome groeide daarbij uiteindelijk uit tot het geestelijke centrum van de katholieke kerk.”
Een favoriete plek
Als Van de Velde één plek in Rome mag noemen, denkt hij aan Piazza Navona. Niet aan het plein zelf, dat iedereen kent, maar aan de kerk Sant’Agnese in Agone, mee ontworpen door Borromini. Achter de kerk ligt het Hotel Eitch Borromini, met een dure maar spectaculaire rooftopbar. “Van daaruit zit je bijna naast de koepel en de toren. Je ziet details die vanop de grond onzichtbaar blijven: de afwerking van het torentje, de precisie van de lijnen, het minutieuze werk van Borromini. Rome toont zich daar niet van veraf, als monument, maar van dichtbij. Je ziet details die van beneden niet te zien zijn. Ze zijn gemaakt voor hemelse blikken.”

En hij voegt er nog een tweede plek aan toe: “De laatste jaren ben ik erg gesteld op het Parco degli Acquedotti. Dat is een rustige plek waar je tussen de resten van de aquaducten wandelt. Daar voel je tegelijk de grootsheid van Rome en de rust van het landschap. Maar vraag het me morgen opnieuw en ik haal andere plekken aan. Ook dat is Rome. Er is zoveel.”
Rome is geschiedenis die aanwezig blijft.
Rome is niet alleen geschiedenis. Rome is geschiedenis die aanwezig blijft. Je kan er nog altijd zien wat die beschaving heeft voortgebracht: aquaducten, wegen, gebouwen, kerken. Volgens Van de Velde ligt daar voor velen de aantrekkingskracht van de stad Rome. En hij eindigt: “Het is een van de zeldzame plaatsen waar je tegelijk tussen de oudheid, de middeleeuwen, de renaissance, de barok en het heden kunt wandelen. Komt daarbij dat Rome niet alleen monumenten naliet. Ook haar ideeën, instellingen en symbolen blijven tot de verbeelding spreken en nemen telkens nieuwe gedaanten aan. De meeste steden hebben een verleden. Het verleden van Rome is ook nog zijn heden.”
Nog even dit
Er zijn miljarden bronnen over Rome verschenen. Waar te beginnen? Per mail heb ik aan Marc Van de Velde gevraagd voor een boek, een film en een bron online.
“De boeken van Saskia Balmaekers en vooral haar website ciaotutti vind ik goed, hoewel ik een hekel heb aan de vele verkleinwoorden in die gidsen.
Ook aan te bevelen, vind ik, is I segreti di Roma van Corrado Augias. (Ook in het Engels: The Secrets of Rome)
Als het ook over politiek mag gaan, alle boeken van Scurati over de periode onder Mussolini. Altijd goed om mensen die dromen van het fascisme weer met de voetjes op de grond te krijgen. (nvpv: de boeken vormde de basis voor de magistrale tv-reeks M: Il figlio del secolo, nu te zien. op VRT Max.)
Een film die me altijd is bijgebleven is Brutti, sporchi e cattivi van Ettore Scola (1972). Niet erg geschikt voor kinderen maar een mooi beeld (nu ja, mooi) van mensen die aan de rand van de maatschappij leven in de sloppenwijken rond Rome.
En La Grande Belleza van Paolo Sorrentino (2013) is wat rommelig, maar toont Rome op een leuke manier.”
