IN ZIJN BOEK Absolute democratie [1] maakt Ilja Leonard Pfeijffer duidelijk dat we een vergissing maken die we ons niet kunnen veroorloven: doen alsof in het debat over democratie twee visies over democratie naast elkaar bestaan die elk hun geldigheid hebben. Dat is niet zo. Voor Pfeijffer gaat het hier niet om twee onverenigbare opvattingen. 
Enerzijds is er de democratie als rechtsstaat; anderzijds is er wat hij “absolute democratie” noemt: een systeem waarin verkiezingen worden opgevat als een vrijbrief om onbeperkt te regeren. Dat onderscheid is fundamenteel.

 

Democratie 

In een democratie is het winnen van verkiezingen geen eindpunt, maar een begin. Democratie is een onvolmaakt geheel van instituties en procedures dat één ding probeert te doen: ruimte creëren voor verschil. Ze vertrekt vanuit het besef dat geen enkele stem samenvalt met het geheel, dat waarheid niet zomaar geclaimd kan worden, en dat macht daarom moet worden vertraagd, verdeeld en begrensd. 

Democratie kan je zien als de moeder van het debat. Niet omdat ze waarheid voortbrengt, maar omdat ze ruimte schept waarin stemmen kunnen ontstaan en botsen. Ze brengt geen eenheid voort, maar verschil. Ze lijkt op de godin Sophia: niet als bezitter van waarheid, maar haar zoekende moeder. Ze brengt geen zekerheid voort, maar het vermogen om te blijven vragen.

Efficiëntie is niet het doel van democratie. 

Democratie is traag — niet ondanks, maar dankzij haar wantrouwen. Ze weigert de snelheid waarmee één wil zich tot algemene wil kan uitroepen. Dat is geen zwakte, maar een bewuste keuze. Pfeijffer laat Alkibiades zeggen: “Omdat democratie per definitie stoelt op het collectieve oordeel van het volk is zij onderworpen aan de turbulentie van opvliegendheid en oncontroleerbare emoties. Om de democratie naar behoren te laten functioneren is het derhalve essentieel om mechanismen in te bouwen die afstand scheppen, vertragen en gevoelens afkoelen” (zie Absolute Democratie, p. 153).

Efficiëntie is niet het doel van democratie, wel rechtvaardigheid. 

Ook democratisch gelegitimeerde macht blijft macht — en moet dus gewantrouwd en begrensd worden. “De democratische legitimatie (…) biedt geen vrijbrief om de wet te overtreden” (194). De grondwet, de rechterlijke macht en internationale afspraken zijn geen obstakels, maar voorwaarden van democratie.

 

Absolute democratie 

Wat Pfeijffer “absolute democratie” noemt, keert dit principe om. De logica ervan wordt treffend samengevat door de Italiaanse politicus Filippo Bruzzone: “Wij hebben de verkiezingen gewonnen, dus wij hebben het mandaat om te bepalen wat er in de openbare ruimte gebeurt.” (271). Hier wordt de meerderheid opgevoerd als de enige legitieme bron van waarheid en recht, ook buiten de grenzen van wet en institutie. 

Alle beperkingen worden verdacht: rechters worden obstakels, grondwettelijke regels worden hinderpalen, internationale afspraken worden verraad. Zoals vice-president JD Vance in München smalend de Europese landen beschuldigde van “ondemocratische gezindheid”, dat de landen van Europa ”constitutionele democratieën zijn, waarin de wil van het volk ondergeschikt wordt geacht aan de principes die zijn vastgelegd in onze grondwetten.” (240). 

Dat is macht zonder correctie.

In die logica wordt tegenmacht per definitie ondemocratisch. “Als de onafhankelijke rechterlijke macht Trump vervolgt, bewijst dat in de ogen van Trump dat de rechterlijke macht niet onafhankelijk is en wordt misbruikt door zijn politieke tegenstanders. Om de rechterlijke macht opnieuw onafhankelijk te maken, dient hijzelf te worden gevrijwaard van vervolging” (163). 

De absolute-democraten vinden het absoluut ondemocratisch als de winnaar van de verkiezingen zich beperkt ziet door onverkozen rechters of regeltjes van de grondwet of, nog erger, door bureaucraten in Brussel. Het democratisch mandaat wordt gezien als een vrijbrief om alles te doen wat men wil. Maar dat is geen democratie. Dat is macht zonder correctie. Dat is heerschappij.

 

De ontmanteling 

Volgens Pfeijffer bestaan er dus vandaag twee definities van democratie naast elkaar: een systeem van instituties en rechtsstatelijke garanties; en een dictatuur van de meerderheid die zichzelf het recht toekent om diezelfde instituties en garanties te negeren (193). 
 

Dezelfde taal

Wat deze evolutie bijzonder verwarrend maakt, is dat beide definities zich bedienen van dezelfde taal. “Maar dat beide definities even goed in woorden zijn uit te drukken, wil niet zeggen dat zij gelijkwaardig zijn. De tweede definitie leidt onherroepelijk tot destructie van de democratie uit naam van de democratische meerderheid, tot aantasting van het gelijkheidsideaal dat door de rechtsstaat wordt gewaarborgd, tot dictatoriale willekeur en tot tirannie.” (193). 

De aanval op de rechtsstaat wordt gepresenteerd als een herstel van de democratie. “Zij beschouwen het als toppunt van democratie dat zij hun eigen dictator mogen kiezen (143)”. Maar de geschiedenis waarschuwt, zegt Pfeijffer: “De aanvankelijk voorbeeldig democratisch gelegitimeerde dictators in wier naam Europa in het midden van de vorige eeuw werd verwoest, vormen een krachtig historisch exemplum voor de gevaren van deze vervormde opvatting over het wezen van de democratie” (193). 
 

De erosie van waarheid

Die verschuiving wordt versterkt door een tweede ontwikkeling: de erosie van waarheid.  
Onder invloed van sociale media en algoritmes “is de waarheid onder enorme hoeveelheden ‘waarheden’ bedolven geraakt” (18-19). Feiten worden herleid tot meningen. Wie zich beroept op waarheid, wordt beschuldigd van censuur, terwijl het recht om te liegen wordt verdedigd als vrije meningsuiting (160). 

Niemand bezit de ultieme waarheid, maar zonder een gedeelde inzet op waarheid verliest de democratie haar grond. Het offensief tegen de academische wereld is dan ook geen detail, maar een aanval op de wetenschap zelf, omdat waarheid een van de laatste tegenmachten is (197).

Daarmee wordt een grens overschreden. “Omdat de democratie niet kan functioneren zonder toegang van burgers tot feitelijke informatie, is de verdediging van het recht om feiten naar believen te bedelven onder alternatieve feiten een rechtstreekse en doelbewuste aanval op de democratie. Alle veelgebruikte sociale media zijn thans een instrument geworden in handen van illiberale machten die de democratie in naam van de democratie willen afschaffen” (160). In zo’n context wordt democratisch debat onmogelijk. 

En Pfeijffer moedigt ons aan: “We dienen ons niet langer te schamen voor onze liefde voor waarheid, want we hebben de waarheid nodig om de rancune te kunnen verslaan.” (101). Uiteraard is dat vermoeiend: “Wie wil begrijpen wat er gaande is, heeft de ondankbare taak om blunders en absurditeiten serieus te nemen”(220) [2].

 

De crisis 

Pfeijffer gaat nog een stap verder.  Zijn analyse blijft onvolledig, stelt hij, zolang we de onderliggende oorzaak niet onder ogen zien. 

In het kort: De onvrede die in de samenleving leeft, is niet louter fictief. “Geen enkele democratie (is) geloofwaardig (…) die economische ongelijkheid in stand laat” (303). Wie zich structureel buitengesloten voelt, verliest het vertrouwen in de instituties die hem geacht worden te vertegenwoordigen. Dat maakt mensen vatbaar voor de eenvoud van absolute antwoorden. Daar ligt voor Pfeijffer de kern van de crisis. Niet alleen staan de instituties onder druk, maar ook hun legitimiteit. En precies dat opent de deur naar een herdefiniëring van democratie als pure machtsuitoefening. 

Daarmee komt ook Europa in beeld. Volgens Pfeijffer heeft Europa historisch vorm gegeven aan een democratie die zichzelf begrenst. Wat wij de rechtsstaat noemen — grondwetten, scheiding der machten, onafhankelijke rechtspraak — is de institutionele uitwerking van één fundamenteel inzicht: dat macht niet mag samenvallen met de wil van de meerderheid. Daarin ligt de kracht van het Europese model. Het wantrouwt macht, ook wanneer die democratisch gelegitimeerd is. 

Maar precies dat wantrouwen staat vandaag onder druk. De aanval op “Brussel”, op rechters en op grondwetten wordt voorgesteld als democratisch herstel. In werkelijkheid is het vaak een poging om de grenzen van macht af te schaffen. Maar zonder die grenzen blijft alleen de meerderheid over. En een meerderheid zonder beperking is geen democratie. Daar ligt de historische rol die Europa moet opnemen: “Vandaag is het duidelijk geworden dat de vrije wereld een nieuwe leider nodig heeft. Het is aan ons Europeanen om deze uitdaging aan te gaan” (182).

 

Opdracht

Wie de democratie ernstig neemt, kan niet om het boek van Pfeijffer heen. Wat vandaag op het spel staat, is geen theoretisch debat. Het is de vraag of we nog geloven dat macht begrensd moet worden of dat we haar absoluut willen maken. Pfeijffer geeft ons een dubbele opdracht: 

  • Vooreerst  moeten we de rechtsstaat verdedigen, zonder toegevingen. Democratische legitimiteit geeft macht, maar geen onbeperkte macht. Dat principe is niet onderhandelbaar.
  • Daarnaast moeten we de democratie opnieuw geloofwaardig maken door de oorzaken van onvrede ernstig te nemen. Pfeijffer roept Europa op om moreel weer recht te staan. Deze oproep voor democratie blijft hol zonder sociale rechtvaardigheid (dus tegen het kapitalisme), zonder een duidelijke morele afwijzing van juridisch ongeoorloofde oorlogen en toestanden: migranten, klimaatopwarming, Oekraïne, Gaza, Libanon … (42, 226,253, 259, 275, 281, 289, 293). 

Misschien is de kern van zijn boek nog eenvoudiger — en tegelijk moeilijker: dat we onbeschaamd moeten blijven vechten voor waarheid.
Democratie gaat niet ten onder omdat ze wordt afgeschaft, maar omdat ze langzaam haar eigen voorwaarden verliest. Pfeijffer stelt dat wie vandaag pleit voor een “absolute democratie”, niet pleit voor meer democratie, die pleit voor haar einde. 

 

 

Nog even dit 

[1] Ilja Leonard Pfeijffer, Absolute Democratie. Kroniek van een aangekondigde afrekening., 2026, Arbeiderspers, 978 90 295 5504 3 
Het is een verzameling van essays die hij gedurende twee jaar voor De Morgen schreef en waarin hij de stand van de wereld beschreef, analyseerde en becommentarieerde. 
Te verkrijgen via Barbóék en de betere boekhandels. 

Heb je geen tijd om het boek te lezen? Luister dan naar een uitstekende interview van Bruno Wyndaele met Ilja Leonard Pfeiffer (Voorproevers): Ilja Leonard Pfeijffer over democratie en hoe die bedreigd wordt (en wat we kunnen doen).

[2] Wil je het absolutisme van Trump en zijn kornuiten volgen: abonneer je op de gratis wekelijkse nieuwsbrief van Kirsten Verdel. Onvermoeibaar houdt ze dagelijks de acties van Trump bij. Je ziet de poging tot afbraak van de democratie in de praktijk. Dagelijks op Reporters Online. Je kan je daar inschrijven op haar wekelijkse nieuwsbrief.