IN HET EERSTE DEEL, Vertalen of gissen, stelde ik de vraag wat ChatGPT doet. Ik schreef dat het geen waarheid produceert, maar plausibiliteit: antwoorden die overtuigend klinken zonder noodzakelijk waar te zijn. En toch gebruik ik het. Misschien precies daarom. 

Tijdens het gebruik merk ik hoe gemakkelijk ik me laat meevoeren door wat goed geschreven is, goed klinkt. Tegelijk dwingt het mij om te vertragen – om preciezer en kritischer te worden in wat ik zelf wil zeggen.

Ik ben onder de indruk van het menselijk vernuft dat dit mogelijk maakt. Zoals andere technologieën – een auto, smartphone, boormachine, stoomoven, wasmachine – verandert ook dit hoe we werken en denken. Vaak sneller dan we zelf beseffen. 

Het is een fascinerend instrument. Niet omdat het neutraal is – zoals een hamer of een rekenmachine. Integendeel, het produceert taal die lijkt op de onze, en raakt daarmee aan iets fundamentelers: hoe we denken, oordelen en formuleren.

 

 

Hoe gebruik ik ChatGPT bij het schrijven voor Het Verzet?

 

Ik gebruik ChatGPT als klankbord, zelden als bron. 

Ik vraag nooit “Schrijf voor Het Verzet een tekst over kwestie X”. 
Meestal schrijf ik eerst een stuk dat als een geheel kan worden beschouwd: een paragraaf, een hoofdstuk, soms een volledige tekst … en vraag het daarop te reageren. Ik krijg een antwoord – een herformulering, een vraag, een suggestie – en daarmee kan ik verder. 

Het versnelt mijn proces, maar vertraagt mijn oordeel.

Een vraag stellen aan ChatGPT roept meestal andere vragen op; die op hun beurt dan weer andere deuren openen … En dit krijgt soms de allure van een vragensessie. Ik vraag; ChatGPT antwoord; ik vraag verder; het antwoord terug; ik vraag verder enzovoort.

Ik gebruik ChatGPT dus niet als bron van waarheid, noch voor oordeelsvorming. Ik gebruik het vooral als een generator van mogelijke formuleringen of denkpistes. Soms scherpt het mijn denken. Soms toont het wat ik nog niet helder heb geformuleerd.  Ik gebruik het als iets dat niets weet, maar wel reageert op wat ik aanbreng. Het versnelt mijn proces, maar vertraagt mijn oordeel. 

Dat het mijn denken niet overneemt, is geen eigenschap van de tool, maar een keuze die ik zelf moet blijven maken.
Als ik het als bron gebruik, stop ik met denken. 
Als ik het als klankbord gebruik, wordt mijn denken gestimuleerd.

Dat is hoe ik het ervaar.

Een kleine zijnoot: sinds ik ChatGPT gebruik, ben ik ook kritischer geworden voor andere bronnen. Wat ik lees in de krant of hoor op de radio neem ik minder vanzelfsprekend aan. Waar komt dit vandaan? Waarom wordt dit zo gezegd? In die zin heeft het gebruik van ChatGPT mijn aandacht aangescherpt. 

 

Ik heb geleerd vragen duidelijker te stellen 

De kwaliteit van het antwoord hangt sterk af van mijn vraag. Als ik vraag ‘Wat is identiteit?’, dan krijg ik al snel een vrij algemeen antwoord. Maar als ik vraag “Geef drie verschillende manieren om identiteit te begrijpen (psychologisch, sociaal, filosofisch)” krijg ik meteen een interessanter en gerichter antwoord. 

Maar dat betekent ook dat ik zelf al denkwerk moet hebben verricht vóór ik de vraag stel. Ik ben nooit op zoek naar onderwerpen, en ook niet naar stellingen. Al vóór ik begin met een bijdrage, weet ik in grote lijnen welke gedachte ik wil uitwerken. 

ChatGPT helpt me dus niet om het denken over te slaan, maar om het preciezer te maken. Het helpt mij niet om een richting te vinden, maar om een richting scherper te maken.

 

Ik vecht tegen het gemak 

Michelangelo hakte zijn Pietà niet uit de steen alsof hij iets moest creëren ab nihilo, uit het niets. Neen, voor hem was de vorm al in het marmer aanwezig, verborgen en wachtend. Met elke beitelstreek haalde hij iets weg dat niet nodig was, tot wat erin lag zich kon tonen. Alsof het beeld er altijd al was en de beeldhouwer het alleen nog moest bevrijden. 

Zo gaat het spijtig genoeg niet bij mijn teksten. Mijn schrijven lijkt meer op het opbouwen van een beeld uit klei: toevoegen, schrappen, herordenen, afstand nemen, terugkijken, weer aanpassen … Er is geen vorm die er al in ligt, enkel een vorm die zich langzaam realiseert. 

Denken vraagt tijd. Frictie. Twijfel.

Dat is noeste, soms frustrerende arbeid. Er zijn teksten waaraan ik al jaren heb gewerkt en die nog altijd niet klaar zijn. Want denken vraagt tijd. Frictie. Twijfel. Zinnen die niet meteen kloppen. Gedachten die nog op zoek zijn naar de vorm. Of, zo je wil, gedachten die nog bevrijd moeten worden. In die zin heeft het toch iets weg van Michelangelo. 

ChatGPT slaat heel dat proces over. Het geeft onmiddellijke formulering – en daardoor lijkt het alsof het denken al gebeurd is. Dat leek in eerste instantie een ware zegen voor mij. Gedaan met het zoeken, het schijnbaar richtingloze, het heen en weer wroeten. Maar precies daarin schuilt het gevaar voor een schrijver als ik. 

Het heeft een tijdje geduurd voor ik begreep dat wat ChatGPT tevoorschijn tovert, slechts schijn is. Het is geen voltooiing, maar een voorstel – een vorm die zich niet heeft ontwikkeld in tijd, maar in één keer wordt gesuggereerd. Noeste arbeid blijft dus mijn aangename lot.

 

Ik gebruik het haast nooit als zoekmachine 

Om te zoeken op het web vertrouw ik nog altijd op Google of DuckDuckGo. 
Af en toe zet ik ChatGPT toch als zoekmachine in – bijvoorbeeld toen ik voor een artikel over Israël en Palestina vroeg naar initiatieven waarbij Joden en Palestijnen vreedzaam samenwerken. In zo’n geval gebruik ik het om snel mogelijke sporen te zien. Maar daar stopt het niet. Alles wat verschijnt, moet gecontroleerd worden. Altijd. Want zekerheid biedt het niet. Hallucinaties zijn nooit ver weg. 

Je zou kunnen zeggen: ChatGPT geeft me aanknopingspunten – lemma’s die ik daarna zelf verder moet uitzoeken buiten ChatGPT.

 

Het resultaat moeten mijn woorden blijven 

Het grootste risico voor mij is niet dat ChatGPT fouten maakt, maar dat het goed schrijft. Vaak beter dan ik. De resultaten zijn scherper en helderder. En ik merk hoe verleidelijk dat is: een goed geformuleerde zin overtuigt. Voor ik het besef, neem ik ze over. 

En dan gebeurt er iets vreemds bij het herlezen, soms weken na de final touch: er blijken woorden of zinnen binnengeslopen die niet van mij zijn. Ze kloppen wel, ze lopen goed, maar toch wringt er iets. Alsof ik mezelf een beetje kwijt raak in mijn eigen tekst. 
Hoe ver ga ik mee met het systeem? Wanneer verlies ik mezelf? Dat zijn vragen die blijven terugkomen. 

Woorden zijn niet neutraal. Ze drukken uit hoe ik me verhoud tot wat ik schrijf en tot de wereld. Wie woorden overneemt zonder die verhouding, verliest iets van zichzelf. Taal is, om het met Heidegger te zeggen, het huis van het zijn – en ik wil wel in mijn eigen huis blijven. 

Ik gebruik ChatGPT om te herschrijven, te verkennen, te variëren. Het brengt me sneller tot een eerste versie, maar vertraagt me tegelijk. Want wat ik publiceer, moet van mij blijven: inhoudelijk, in toon en intentie. 

En dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Dat vraagt aandacht. Ik lees zinnen regelmatig luidop, om te horen en te voelen of ze wel van mij zijn. Dat deed ik trouwens al vóór ik ChatGPT gebruikte.

Misschien zit precies daar de moeilijkheid: niet in de technologie, maar in de discipline die ze van mij vraagt. Een vlot geschreven tekst is aanlokkelijk. Maar trouw blijven aan mijn eigen woorden vraagt iets anders. Het vraagt tijd, aandacht – en de bereidheid om minder perfecte zinnen te laten staan, juist omdat ze van mij zijn.

 

ChatGPT gebruiken is in de eerste plaats een houding 

Het gebruik van ChatGPT is niet gemakkelijk. Dat lijkt alleen maar zo. De antwoorden van ChatGPT komen supersnel, zijn meestal uitstekend verwoord en zijn daardoor verleidelijk. Maar of ik een antwoord overneem, bevraag of naast me neerleg, is geen technische kwestie maar een keuze. Niet de tool beslist wat in mijn tekst wordt opgenomen, maar ik. 

Tijdens het werken met ChatGPT merkte ik dat niet het antwoord het verschil maakt, maar mijn houding. Het vraagt aandacht, verantwoordelijkheid, kritische zin en de discipline om bij je eigen inhoud en woorden te blijven. 

Enkele vragen die ik mezelf stel [1]

  • Wat vraag ik hier eigenlijk – en waarom stel ik precies deze vraag?
  • Wat in dit antwoord klinkt overtuigend, en waarom vind ik dit?
  • Klopt dit (inhoud) of klinkt het alleen zo (formulering)?
  • Wat ontbreekt er in dit antwoord dat ik zelf moet aanvullen?
  • Zou ik dit ook zo formuleren als ik het zelf moest schrijven?
  • Staan er woorden in die ik anders nooit zou gebruiken?
  • Wat neem ik hier over en wat niet? Ben ik lui of wil ik dit echt?
  • Wat verandert er in mijn denken door dit antwoord – en is dat een verbetering? 

Dergelijke vragen vertragen het proces. Ze brengen iets terug wat ChatGPT wegneemt: weerstand. Niet wat ChatGPT kan, maar hoe ik het gebruik, bepaalt wat het wordt.

 

 

Nog even dit

  • Een kleine kanttekening: ChatGPT is voor mij geen ‘hij’ of ‘zij’, maar een ‘het’. 
    Ik zeg er ook geen ‘dank je wel’ tegen. Dat doe ik bij een rekenmachine evenmin.
  • Ik ga hier niet in op een aantal belangrijke randvoorwaarden van AI-gebruik: de ecologische impact, de arbeidsomstandigheden achter de systemen, vragen rond eigendom en auteurschap, de concentratie van macht bij enkele bedrijven, mogelijke bias in de output, en de impact op onze eigen vaardigheden.
    Dat zijn stuk voor stuk essentiële vragen – maar ze vragen een andere analyse. Mijn focus ligt hier op iets anders: de verhouding tussen gebruiker en taal.

[1] Deze vragen zijn gebaseerd op de twintig vragen die Meester en Jacobs zich stellen bij het gebruik van AI . Ronald Meester, Marc Jacobs, De onttovering van AI. Een pleidooi voor het gebruik van gezond verstand, 2024, Mazirel Pers, 9789464563412, p. 182 e.v. 

Ze verdelen hun vragen op in twee groepen: 

Eerst geven ze tien basisvragen over AI die ik altijd zou moeten stellen:

  1. Begrijp je wat het AI-programma precies doet? Kun je dat helder uitleggen aan iemand die er niets mee te maken heeft?
  2. Heb je precies afgebakend welk gedeelte van je werk door AI gedaan zal of kan worden?
  3. Heb je scherp wat je precies wilt weten of doen? Wat verwacht je precies van het gebruik van AI?
  4. Weet je precies hoe je AI moet inzetten? Of doe je maar gewoon wat iedereen doet?
  5. Verwacht je dat je in staat bent om de output van een AI-algoritme te controleren, te verifiëren en te interpreteren?
  6. Ben je bereid de volle verantwoordelijkheid te nemen voor besluiten die mede gebaseerd zijn op de uitkomsten van een AI-algoritme?
  7. Gebruik je AI omdat het moet of omdat het kan? Met andere woorden, is het nodig om AI te gebruiken en zo ja, waarom precies?
  8. Als je een kennisvraag stelt, ben je dan in staat om het antwoord te controleren via een onafhankelijke bron? Hoe weet je dat die bron onafhankelijk is?
  9. Waarom precies denk je dat AI je bij dit specifieke probleem kan helpen? Wat is, met andere woorden, de toegevoegde waarde ervan?
  10. Zie je ook nadelen van het gebruik van AI? Zo ja, hoe belangrijk zijn die? Zo nee, weet je zeker dat je dat goed overdacht hebt?

Vervolgens geven ze tien vragen die gaan over mijn AI-gebruik.

  1. Ben je creatiever geworden door AI-gebruik, of juist luier en minder vernieuwend?
  2. Vind je dat je door AI beter bent geworden in je werkzaamheden?
  3. Kun je je werk überhaupt nog zonder AI doen?
  4. Levert het gebruik van AI je meer vrijheden op, of beperkt het je alleen maar?
  5. Is er een ethische component in jouw interactie met AI? Zo ja, hoe ziet deze eruit en hoe heb je daarover nagedacht? Zo nee, waarom niet?
  6. Krijg je meer of minder waardering voor je werk met AI dan zonder?
  7. Geeft je werk met AI je meer of minder bevrediging dan zonder?
  8. Welke winst heeft AI-gebruik jou opgeleverd?
  9. Hoe zie je jouw rol in de wereld: heb je het gevoel dat AI hierbij een factor van betekenis is?
  10. Heb je het gevoel dat je als mens inwisselbaar bent geworden door je gebruik van AI? Welke gevolgen heeft AI voor je identiteit?