Door Ralph Dahrendorf, 1989


IN ONZE TWINTIGSTE EEUW heeft de waardigheid van het begrip “recht” velen ertoe aangezet om aan ganse groepen rechten toe te kennen. Het belangrijkste voorbeeld hiervan is het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren, dat sedert het einde van de eerste wereldoorlog een bewogen rol speelt in het internationale leven. In engere zin zou men daaronder kunnen verstaan dat de mensen het recht hebben mee te regeren m.a.w. het recht hebben in een democratie te leven.

Zo beschouwd vloeit dit recht rechtstreeks voort uit de burgerrechten. Toch was dit niet het motief van president Wilson toen hij de Volkerenbond propageerde. Ook de auteurs van het charter van de Verenigde Naties hadden niet de bedoeling om de democratie te bevorderen. Wilson zocht naar een principe om de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie te ontbinden en de Verenigde Naties hadden van in het begin antikoloniale oogmerken.

Wat is nu dit zelfbeschikkingsrecht van de volkeren? Wat betekent het in de praktijk? De voorvechters van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren laten vaak een nevel van opportunistische onbepaaldheid rond de definitie van wat een volk is en vaak ook van wat een natie is. Zijn de Litouwers nog steeds Sovjet-burgers (nvpv: het artikel stamt uit 1989, Litouwen werd pas in 1990 onafhankelijk van Rusland)? Het Midden-Oosten levert nog ingewikkelder voorbeelden. Wat betekent het zelfbeschikkingsrecht voor de christelijke Palestijn met een Israëlische nationaliteit?

Zulke vragen maken duidelijk dat het zelfbeschikkingsrecht zoals het gehanteerd wordt, geen recht is van het individu. Het moet veeleer door iemand gedefinieerd worden. Maar daarmee wordt het een verleidelijk instrument in de handen van usurpatoren. Het wordt een strijdbegrip, doch niet in de strijd van het zwakke individu tegen de machtigen maar wel in het veroveren van macht. Voor voorvechters van het zelfbeschikkingsrecht van een volk is het volk vaak slechts een noodzakelijk instrument om de macht te kunnen grijpen.

Misschien kunnen wij deze uitspraak veralgemenen: collectieve rechten dragen er in de regel niet toe bij de mens te bevrijden maar veeleer hen te onderwerpen. Dit is een van de grote dwalingen van de 20e eeuw. Om deze stelling in uiterste consequentie te illustreren: er is geen recht van de Armeniërs is om tussen de Armeniërs te leven. Wel hebben de Armeense burgers het recht om als gelijken onder gelijken te leven, om niet achteruit gesteld te worden, en zelfs om hun eigen taal en cultuur te onderhouden. Dit zijn burgerrechten, de rechten die het individu de mogelijkheid geven zich te beschermen tegen iedere overmacht. Het zgn. zelfbeschikkingsrecht heeft o.a. als alibi gediend voor homogeniteit en homogeniteit betekent altijd dat minderheden verdreven of onderdrukt worden.

De kern van een beschaafde, moderne maatschappij ligt in hun vermogen om mensen van verschillende geslachten, leeftijden, achtergronden en culturen gelijke rechten te garanderen. Het is een triest feit dat vele groepen daar vaak niet in slagen. Niet alleen daarom is de opdeling van landen in naam van het zelfbeschikkingsrecht een van de grote problemen van onze tijd.

Het zou absurd zijn te ontkennen dat erin bepaalde gevallen praktisch geen andere oplossingen zijn. Maar dit rechtvaardigt nog niet het treurige feit dat het zelfbeschikkingsrecht een instrument is van ontcivilisering en barbarisering. Het getuigt van het feit dat wij niet in staat zijn de vrijheid te realiseren in de verscheidenheid. Het wordt de hoogste tijd dat het begrip ‘zelfbeschikkingsrecht’ verdwijnt uit de woordenschat van de internationale politiek.


Nog even dit

Het oorspronkelijk artikel verscheen in Ralph Dahrendorf, “Nur Menschen haben Rechte”, in: Die Zeit, Nr. 18/1989.
Ik publiceerde deze vertaling eerder in Klaas‘, Jaargang 1, nr. 3, februari 1993, p. 16. De vertaling was van Rik Fagard en Martine Peleman. De hier gepubliceerde vertaling is hun vertaling, licht geannoteerd.

Ralph Dahrendorf (1929-2009) was een eminente Duitse socioloog en politicus. Zijn bekendste werk is: Homo Sociologicus. Ein Versuch zur Geschichte, Bedeutung und Kritik der Kategorie der sozialen Rolle (1964) waarin de mens wordt gezien als een door de maatschappij geconditioneerd wezen dat moet buigen voor normen, waarden en verwachtingen.