Het tweede mensenrecht: to boldly go where no one has gone before.


Peter Droeshout: Als je mij in een kolenkot steekt en elke dag eten en drinken brengt, dan kan ik jarenlang ‘bestaan’. Dat is echter geen menswaardig leven. Een tweede noodzakelijke voorwaarde om mens te zijn, lijkt mij: je zelf kunnen ontplooien, meningen vormen, inzichten verwerven, vaardigheden ontwikkelen, kunnen nadenken over de wereld en over jezelf, …


Pieter Vereertbrugghen: Dat is een nood die ‘in het individu’ blijft. Je dient inzichten of vaardigheden uiteindelijk zelf te veroveren. Je kan uiteraard wel leren van een goede leerkracht of door een gesprek, door een boek te lezen, maar je moet het in jezelf en voor jezelf op een rijtje krijgen en je eigen conclusies trekken. Je kan geen idee of talent ontwikkelen zonder je op een of andere manier af te zonderen.


PD: Dat denk ik ook. Een scenario schrijf ik het liefst alleen. Net zoals de pianist die uren aan een stuk Ständchen van Liszt instudeert.


PV: De leerlinge die met de tong uit de mond haar eerste woordjes leert schrijven.


PD: De wiskundige die het probleem van de oneven perfecte getallen aanpakt.


PV: Een moeder die het boek van Virginia Woolf leest, … Allemaal zijn ze in opperste concentratie bezig, weg van de wereld. We kennen allemaal dat moment van laat-me-nu-even-alleen–doen.


We kennen allemaal dat moment van laat-me-nu-even-alleen–doen.



PD:
Als puntje bij paaltje komt, ben je alleen bezig. Dieter Brüll noemt dit fenomeen het a-sociale. Dit a-sociale staat dus naast het anti-sociale, dat zich in de economische sfeer bevindt. Nogmaals: beide begrippen, a-sociaal en anti-sociaal, zijn voor hem moreel neutraal.


PV: Dat versta ik. Komt daar bij dat het verwerven van inzichten, het aanleren van vaardigheden … voor de samenleving ook een bron is van nieuwe ideeën en inzichten. Zo worden bijvoorbeeld nieuwe ideeën gecreëerd voor het economische leven.


Elke gedachte heeft de potentie uit te groeien tot iets nieuws in de fysieke wereld. Elke gedachte is een begin. Hannah Arendt zegt daar mooie dingen over: “En dat geheimzinnige talent, de gave iets nieuws te beginnen, heeft er kennelijk mee te maken dat ieder van ons door de geboorte als nieuwkomer in de wereld is getreden. Met andere woorden: we kunnen iets beginnen omdat we begin en daarmee beginneling zijn.”


PD: Voorwaarde lijkt me dat je vanuit je eigen talent op zoek kunt gaan naar wat je kan brengen. Beginneling betekent 'zonder voorgeschiedenis'. Het zoeken naar jouw inzicht moet in alle vrijheid kunnen gebeuren.
Je hebt het recht om in alle vrijheid te ontdekken wie je bent en jezelf te ontplooien. Niemand anders kan mij een inzicht opdringen of mij verplichten vaardigheden te ontwikkelen die niet de mijne zijn. Dat zou contraproductief zijn.
En deze ontwikkelingstocht is een ontdekkingstocht: “To explore strange new worlds. […] To boldly go where no one has gone before.” Ik zou dat samenvatten met ‘zelfontplooiing’. Het doet me denken aan Willem Kloos’ “Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten”. Ieder als vrije, autonome schepper en ontdekker.


PV: Samenvattend: om mens te zijn, door mens te zijn, zal elk van ons moeten kunnen streven naar inzicht, naar kennis hunkeren, vaardigheden ontwikkelen …. Dat is voor mij het tweede mensenrecht, het tweede ‘initium’.


Uit dit tweede mensenrecht volgen de meeste rechtsregels die de geestelijke integriteit garanderen: vrijheid van denken, vrijheid van meningsvorming, vrijheid van godsdienst, recht op onderwijs, recht op cultuur, persvrijheid …


PD: Wat betekent 'Geen mens zonder eigen inzicht' in de dagelijkse praktijk?





Intolerantie is de eerste oprisping tegenover een ander die niet dezelfde waarheid deelt.





PV: Ieder van ons creëert, binnen zijn eigen bubbel, een eigen wereldbeeld, een eigen visie op de maatschappij, een eigen oordeel … Kortom, ieder creëert een eigen waarheid. Het voelt lastig, soms zelfs bedreigend, als je eigen waarheid in twijfel wordt getrokken of ineen schrompelt tegenover een ander zijn waarheid. Kijk maar naar de debatten op De Zevende Dag of lees er Twitter op na. Intolerantie is de eerste oprisping tegenover een ander die niet dezelfde waarheid deelt. Censuur is daarvan een gevolg. In de geschiedenis zijn er voldoende voorbeelden van mensen die onderdrukt, veroordeeld, vermoord werden omwille van hun gedachten, inzichten, religieuze gezindheid …


PD: Pleit je dan voor totale vrijheid van meningsuiting?


PV: Absoluut. Het is volledige vrijheid of geen vrijheid. Een beetje vrijheid bestaat niet. Heel het geestesleven moet bevrijd worden van alles wat intervenieert met de individuele ontwikkeling. We spreken dan over onderwijs, wetenschap, godsdienst, cultuur, media, opvoedings- en scholingstechnieken … Hier moet het principe van zelfbestuur en autonomie heersen.


PD: Ik heb zo het gevoel dat er toch grenzen moeten zijn aan deze vrijheid en dat de overheid deze moet bewaken.De overheid speelt hier een belangrijke, regulerende rol.


Spinoza
Spinoza aan de Stopera te Amsterdam: ‘Het doel van de staat is de vrijheid’ - foto © Nicolas Dinges



PV: Die rol is miniem. Elk van ons moet er voor zorgen dat de ‘gedachtevrijheid’ van de andere burgers wordt gegarandeerd. We kunnen daarvoor de overheid inschakelen.


Aan de Stopera in Amsterdam staat een beeld van Spinoza, voor mij één van de grootste filosofen. Het citaat op de sokkel luidt: ‘Het doel van de staat is de vrijheid’. Maar in onze samenlevingen gebeurt net het tegenovergestelde. De overheid, dikwijls samen met de bedrijfswereld, zet als het ware een gedachtestolp van politiek correct denken of van economiegedrevenheid over de burger.


De publicist Jos Verhulst zegt hierover: “Indien de staat de gedachteproductie onder controle plaatst, door staatsopvoeding, staatspropaganda, door staatscensuur of welk ander gelijkaardig middel ook, dan is het logisch onvermijdelijk gevolg dat de staat zelf de politieke besluiten gaat controleren; de staat is dan geen instrument meer in handen van de burgers, maar de burgers worden gedegradeerd tot onderdelen in dienst van de staatsmachine. Niet enkel censuurwetten, maar meer algemeen iedere vorm van staatsopvoeding dient daarom als kwaadaardig te worden beschouwd. Hetzelfde geldt voor andere levensdomeinen waar wettelijke regeling de mogelijkheid van de menselijke individuen ondermijnt om als vrij denkend en soeverein oordelend mens in het leven te staan.” En ergens anders zegt hij: “Democratie heft zichzelf dus op indien ze censuurwetten invoert, en zo'n wetten functioneren als fuiken die éénrichtingsgewijs wegleiden van de democratie.” Ik kan het niet beter verwoorden.


PD: Je had het over drie initia. Wat zie jij als de derde?


Het derde mensenrecht: koning zijn onder de koningen.


PV: De eerste twee initia – het lichamelijke/materiële en het geestelijke/immateriële – vormen samen de verticale dimensie. Met onze voeten in de aarde en met onze geest in de wolken. Er is nog een derde dimensie, de horizontale dimensie.
Een mens bestaat niet zonder de ander, of positief geformuleerd: ‘ik besta in relatie tot de andere’. De verbinding met de andere vormt voor mij de sluitsteen. Ik voel me daarin sterk aangetrokken tot het personalisme van Jacques Maritain: ieder mens is uniek en leeft in verbondenheid met anderen.


PD: Jacques Maritain was trouwens één van de architecten van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens.


PV: ‘De Ander’ van Levinas is nog zo’n sleutelbegrip: “Het gaat dan dus niet zozeer over zelfbeschikking, maar over zelfontplooiing met en voor anderen. Bij deze relatie staat net de Ander centraal met zijn ethisch gebod dat het zelf dwingt tot een oneindige verantwoordelijkheid ten opzichte van de Ander.”


PD: Levinas is één van mijn favoriete filosofen. Ik heb hem vooral leren kennen via de gebroeders Dardenne. In zijn dagboek schreef de cineast Luc Dardenne op 19 januari 1996: “Levinas is overleden tijdens het draaien van onze film [La Promesse]. De film is schatplichtig aan zijn denken, zijn interpretatie van de ‘face-à-face’, van het gelaat als het eerste appèl. Hoe zouden we anders de scènes bedacht hebben van Roger en Igor in de garage, van Assita en Igor in de bureau van de garage en in de traphal van het station? De hele film is een poging om tot een ultieme ‘face-à-face’ te komen.” Volgens Levinas kan het inderdaad nooit de bedoeling zijn om de Ander te gebruiken voor eigen doeleinden. Alle films van Dardenne stralen dit principe uit, vandaar dat die films ons zo raken.


PV: Kae Tempest zingt over die ander in haar aangrijpend People's faces.


PD: Prachtig. ”Even when I'm weak and I'm breaking / I stand weeping at the train station' / Cause I can see your faces / There's so much peace to be find in people's faces / I love people's faces.”




PV: Die ‘face-à-face’ van Dardenne, daar gaat voor mij dat derde der initia over. Als je geboren wordt, heb je het recht om de ander te ontmoeten, om samen met de ander in een ‘face-à-face’ te kunnen gaan.


PD: Levinas spreekt hier van ‘Autrui est le seul être que je peux vouloir tuer’ (De Ander is het enige wezen dat ik kan willen doden). De Ander treedt ons tegemoet met de vraag ‘ne me tue pas’. Dat doden moet niet alleen letterlijk opgevat worden, maar ook ruimer: je kan iemand doden door hem uit te hongeren, maar ook door te negeren, te minachten, de mond te snoeren ...


PV: De vraag is dan waarom we überhaupt iemand willen ontmoeten?


PD: Eerst en vooral kom je sowieso de ander tegen. Levinas spreekt zelfs over de ander van de anderen: elk ander heeft weer een naaste, enzovoort. Dat drieluik, ik-de ander-de anderen, opent het perspectief op de samenleving.


PV: Komt daar dan de vraag bij: als de initia rechten zijn, hoe verwerkelijken we die rechten dan? Om dat te doen moeten afspraken maken. Hoe gaan we zorgen dat onze rechten (de rechten van jou, van mij en van de 8 miljard anderen) worden verwezenlijkt?


PD: Dat doe je niet alleen. Je hebt de anderen daarvoor nodig, al was het maar om je te helpen het eigenbelang te overwinnen. Ontmoetingen met de ander als medewerker, medemens, medeburger … hebben onder meer tot doel de werkplek, het culturele leven, de samenleving zo in te richten dat voldaan kan worden aan de eisen van de drie initia. Het gesprek lijkt me een cruciaal vehikel voor die ontmoeting. “Wat is er helderder dan licht? Het gesprek”, dixit Goethe.


PV: Ontmoeten gaat niet alleen over het gesprek, dat weliswaar een essentieel onderdeel van het ontmoeten is. Wat is het wezen van de ontmoeting? Ik grijp daarvoor terug naar een van de uitgangspunten van Seneca: homo homini res sacra (de mens is een heilig wezen voor de mens). Dat is volgens mij de basishouding voor ontmoetingen tussen mensen: ‘heiligen onder elkaar’, of als je het liever a-religieus hebt: ‘koning onder de koningen’. Het ene soevereine individu ontmoet het andere soevereine individu.


De basishouding voor ontmoetingen tussen mensen: ‘koning onder de koningen’.



Het gesprek vormt inderdaad een essentieel onderdeel van het maatschappelijke, is er dikwijls het vertrekpunt van. Zonder daar te diep op willen ingaan, kan je je afvragen hoe een goed gesprek kan verlopen. De rechtsfilosoof Frank Van Dun zegt hierover: “[…] gesprek en dialoog veronderstelt dat de sprekers natuurlijke personen zijn die elkaar in vrijheid en gelijkheid ontmoeten”.


PD: Mensen moeten elkaar vrij kunnen ontmoeten op basis van gelijkheid. Dat is dus het derde van de initia. De afgeleide rechtsregels gaan dan over de omgangsvormen, de beleefdheidsregels bij het ontmoeten van anderen.


PV: Ja, zo zou je het kunnen omschrijven. Uit het derde van de initia ontstaan de meeste rechtsregels die de integriteit van de ontmoeting garanderen: recht op beweging, vrijheid van meningsuiting, recht op vereniging en vergadering, recht op politieke partijen, recht om als vrije en soeverein denkende individuen tegenover elkaar te kunnen staan.




Het versluierde geweten


PD: Laat ons proberen samen te vatten. Je kan er niet onderuit dat iemand lichamelijk moet kunnen voortbestaan (zelfbehoud), dat hij zichzelf moet kunnen ontwikkelen (zelfrealisatie) en dat hij de ander moet kunnen ontmoeten (verbondenheid). Dat allemaal mee helpen realiseren is een appèl voor ieder van ons.


PV: Dieter Brüll verwoordt dat appèl als volgt: wat komt mij toe in mijn verhouding tot de medemens(en)? Dit is niet uit eigenbelang. Dit is een andere manier om te zeggen: wat komt mijn medemens toe in zijn verhouding met mij? Dat appèl is een gewetensvraag. In de ontmoeting met de andere wordt eigenlijk je geweten aangesproken. Steiner geeft daar een leidraad voor: “De nood van anderen tot motief van eigen handelen.”


PD: We zijn dus geroepen om, van rechtswege, samen met de anderen, onze samenleving zo in te richten dat in elk van ons de juiste kwaliteiten worden bevrijd en ter beschikking gesteld om de nood van de andere te lenigen. Dat klinkt me zeer utopisch, op zijn minst zeer moeilijk.


PV: Eén van de grootste uitdagingen is dat heel onze samenleving totaal anders is ingericht. Ze is zo ingericht dat ons geweten wordt versluierd.


Wie voortdurend voor zichzelf werkt, wordt uiteindelijk een egoïst.



Als je altijd herhaalt dat de mens een wolf is voor de mens, als je steeds zegt dat de mens alleen gedreven is door eigenbelang, als je er voortdurend van uitgaat dat de meeste mensen niet vrij denkend en soeverein oordelend kunnen zijn … dan wordt bijgevolg en onvermijdelijk de samenleving ingericht op basis van dat negatief mensbeeld. Het geweten van de mens wordt dan zo versluierd dat we de noden van de anderen amper nog waarnemen, omdat we ze niet relevant vinden. Wie voortdurend voor zichzelf werkt, wordt uiteindelijk een egoïst.


PD: Reden te meer om je af te vragen: hoe begin je er aan?


PV: Het vraagt enorm veel moed en volharding om dat te doen. Ik heb geleerd dat je dat amper alleen kan doen. Je moet je verbinden met andere mensen die je helpen om die mentaliteitswijziging daadwerkelijk te voltrekken. Zij helpen jou en jij helpt hen.


PD: Ik wil graag eindigen met woorden van Levinas, die ik, denk ik, ook bij Dardenne heb gevonden. Ik lees voor: ‘Dat de ware vrijheid niet opgaat in eigenbelang, dat de ware aard van de mens niet samenvalt met hebzucht en dat niet oorlog de vader van alle dingen is’. Hier zullen we het bij houden zeker? Nog iets drinken?


PV: Een geuze. Dank je wel.



Nog even dit


  • H. L. A. Hart The Concept of Law Oxford University Press 3rd Revised edition, 2012, 400 pp. – 9780199644704
  • Emmanuel Levinas, Totaliteit en eindigheid, Boom Grote Klassieken, 2018, 408 pp. – 789024415861
  • Emmanuel Levinas, Het menselijke gelaat, Ambo/Anthos B.V., 1975, 270 pp. – 9789026320019
  • Dieter Brüll, De Sociale impuls van de antroposofie, Christofoor, 1985, 239 pp. – 90-6238-259-2
  • Rudolf Steiner, Economie de wereld als één economie Nearchus, 2016, 312 pp. – 9789492326034
  • Rudolf Steiner, Filosofie van de vrijheid, Kosmos Uitgevers, 1994, 207 pp. – 9789063254520,
  • Jacques Maritain, Mens en Staat, Lannoo, 1966, 237 pp.
  • Frank Van Dun, Het fundamenteel rechtsbeginsel, Murray Rothbard Instituut, 2008, 578 pp. – 9789079481019. Beschikbaar als google-boek
  • Siep Stuurman, Uitvinding Van De Mensheid: korte wereldgeschiedenis van het denken over gelijkheid en cultuurverschil, Bert Bakker, 2009

  • Jos Verhulst, Democratie en natuurrecht, 2008.
  • Jos Verhulst, “De logica van het vrije woord” in Secessie. Kwartaalblad voor de studie van separatisme en directe democratie, jan-feb-maart 2005, p.16-29.