Voor Christine Gruwez

 

IN THE CHRONOLOGY OF WATER, de indrukwekkende debuutfilm van Kristen Stewart, klinkt een zin die blijft hangen, als een zachte maar meedogenloze waarheid: “Herinneringen zijn verhalen. Verzin er een waarmee je kunt leven.”

De hoofdfiguur Yuknavitch – een schrijfster die haar traumatische leven probeert te genezen door erover te schrijven en het te herschrijven – zegt het bijna terloops. Maar de zin raakt iets wezenlijks. Herinneringen zijn geen archiefstukken. Ze zijn verhalen. 

Dat is het verschil tussen verleden en geschiedenis. Het verleden is alles wat gebeurd is. Geschiedenis is wat we ermee doen: een poging om er lijn en betekenis in te brengen. Geschiedenis is dus altijd een vertelling.

We vertellen onszelf een leven

We vertellen onszelf een leven. Een eenvoudige analogie: ons leven bestaat uit vele filmbeelden, en het narratief ontstaat in de montage. De manier waarop scènes worden geselecteerd en verbonden, bepaalt de betekenis van het geheel. Verhalen zijn de beelden die we tonen; het narratief is wat daaruit ontstaat.

Kristen Stewart maakt dat zichtbaar door haar film niet chronologisch te vertellen, maar als een collage van flarden en herinneringen die over elkaar heen golven, zoals water.

Onze verhalen zijn bovendien niet louter van onszelf. Ze dragen sporen van waar we vandaan komen en waarin we leven: familie, taal, cultuur, macht.

Wat we een narratief noemen, is dus geen gesloten geheel, maar een spanningsveld waarin verschillende lagen elkaar raken, overlappen en soms tegenspreken. 

Ik onderscheid drie grote polen: het vertelde, het geheime en het verborgene. Daarbovenop komt nog een extra dimensie.

 

Het vertelde

Uit wat we vertellen ontstaat een narratief: de ordening van de verhalen die we over onszelf maken. Datgene wat ik toon, orden en betekenis geef. Het is dus een poging tot samenhang, tot herkenbaarheid om zelf overeind te blijven en om bij de wereld te kunnen horen. Het beschermt me tegen mezelf en tegen anderen.

Wat we over onszelf vertellen, vormt een onderdeel van onze identiteit. Identiteit ontstaat in dat narratief, maar valt er nooit volledig mee samen. We zijn altijd meer dan de verhalen die we vertellen. We zijn ook lichaam, ervaring, … en we zijn ook dat wat we niet vertellen (zie hieronder: Het geheime en Het verborgene).

Identiteit ontstaat in het narratief, maar valt er nooit volledig mee samen

We kiezen stukken uit ons leven en maken daar een samenhangend geheel van. Iedereen doet dit. Naarmate we ouder worden, wordt die oefening urgenter. Wat is de zin van mijn leven geweest? Biografische reflectie is dan het bijeen brengen van verhalen waaruit een narratief ontstaat.

Feiten (verleden) kunnen blijven, maar hoe we ernaar kijken (geschiedenis) verandert. Het narratief is geen vaststaand geheel, maar een beweging tussen verleden, heden en toekomst. Hoe we over ons verleden vertellen, beïnvloedt ons handelen in het heden en onze verhouding tot de toekomst. We zijn niet wat we ooit waren, maar wat we telkens opnieuw van dat verleden maken in verbeelding en taal. 

Wie zijn  leven probeert te schrijven, ontkomt niet aan constructie. 
Augustinus (354-430) beschreef zijn leven in Confessiones (398) en annoteerde het later in zijn Retractationes (Nalezingen, 427). 
De schrijfster Lilian Hellman (1905-1984) schreef autobiografische verhalen die later deels onjuist bleken te zijn. Ze verdedigde zich door te zeggen dat ze de waarheid schreef zoals zij die zich herinnerde, niet de feitelijke waarheid. Herinnering als een vorm van constructie.

Wat als zelfs onze meest persoonlijke waarheid niet meer is dan een verhaal dat we onszelf vertellen? Nogmaals The Chronology of Water: “De betrouwbaarste herinneringen zitten vast in de hersenen van hen die vergeten.”

 

Het geheime

In mijn narratief laat ik verhalen uit mijn leven weg. Soms omdat ik ze te banaal vind. Maar sommige dingen – en hier wordt het spannend – vertel ik liever niet. Niet omdat ik ze niet ken, maar omdat ik ze niet wil tonen. Daar begint het geheim: wat ik verzwijg, afscherm en voor mezelf houd.

Jaren geleden, toen ik pas was afgestudeerd, nodigde een goede vriend ons uit om te komen eten. We kenden hem als minzaam, intelligent, wat teruggetrokken man. Op een bepaald moment werd hij zichtbaar zenuwachtig. Hij trok bleek weg, zocht naar woorden en zei toen: “Ik wil dat jullie weten dat ik homo ben.” 
Het was duidelijk dat deze zin al jaren in hem leefde. 
Het maakte deel uit van zijn leven maar niet van zijn narratief. 
Tot op dat moment.

Een geheim is geen gebrek aan woorden. Het is een keuze om ze niet te gebruiken. Niet noodzakelijk omdat ze onwaar zijn, maar omdat we de gevolgen vrezen: schaamte, misverstand, afwijzing …

Het geheim wordt niet alleen bepaald door wat verzwegen wordt, maar ook door wie het mag kennen. Er is het geheim dat niemand kent behalve ikzelf. Er is het geheim waarvan ik weet dat enkelen het kennen en waarvan ik hoop dat zij het voor zich houden. En er is het geheim dat ik deel met iemand anders, omdat die er zelf deel van uitmaakt.

Er bestaat ook een merkwaardige tussenvorm: het geheim dat wordt uitgesproken en toch geheim blijft. Het biechtgeheim is daarvan wellicht het sterkste voorbeeld [1]. Wat gezegd wordt, wordt niet openbaar, maar is ook niet langer volledig eenzaam. Het blijft geheim, maar verandert van gewicht.
De priester, gebonden door het biechtgeheim (sigillum confessionis), krijgt daarbij een bijzondere rol. Hij is getuige zonder eigenaar te worden van het geheim. De biechteling spreekt, de priester luistert, maar wat wordt gezegd, mag niet verder circuleren. Juist doordat het wordt toevertrouwd aan iemand die erover moet zwijgen, kan het bevrijdend werken. Het geheim verlaat de stilte zonder openbaar te worden; het blijft bestaan, maar wordt niet langer alleen gedragen.

Het gerucht is de tussenvorm tussen geheim en verhaal. 

Wanneer een geheim niet langer stil kan blijven, neemt het zelden meteen de vorm aan van een verhaal. Het verschijnt eerst als iets anders: een vermoeden, een fluistering, een gerucht. 

Het gerucht is de tussenvorm tussen geheim en verhaal. Het gerucht beïnvloedt het verhaal nog vóór het verteld is. Het brengt wazige contouren in de mist. The Band zingt daarover in het prachtige The Rumor. Het verhaal heeft geen duidelijke oorsprong meer. Niemand weet precies wie het gezegd heeft of wat er exact gebeurd is, maar het gaat van mond tot mond, verandert onderweg, en begint toch effect te hebben. Mensen reageren op iets dat nog niet vastligt. 

En dan komt het moment waarop het naar buiten treedt. In de film Loft wordt dat scherp verwoord: “Het is niet dat overspel; het is dat het uitkomt.” Niet de daad zelf breekt het narratief open, maar het moment waarop ze zichtbaar en vertelbaar wordt.

Wanneer een geheim in de openbaarheid komt, als het wordt uitgesproken, verschuift het van stilte naar taal. De grens tussen binnen en buiten verdwijnt. Wanneer iets uitlekt, verlies ik niet alleen een geheim, ik verlies ook de illusie dat ik samenval met mijn eigen verhaal. Mijn vertelde geschiedenis wordt plots instabiel. Het geheim wordt een verhaal. Maar daarmee is het niet opgelost. Wat gezegd wordt, kan bevrijden of ontwrichten. Het moet nog een plaats krijgen. Het beïnvloedt het narratief.

Dat is precies wat er gebeurt in The Chronology of Water: ervaringen die lange tijd geen plaats hebben in het verhaal, krijgen moeizaam en pijnlijk via het schrijven een vorm. Het geheim krijgt een plaats in het narratief.

 

Het verborgene

Er blijft iets dat zich niet laat vertellen. Niet omdat we het verzwijgen, maar omdat we het niet weten. Daar begint het derde gebied: het verborgene. 

Ik was recent op een familiefeest en een jongere nicht – lichtjes aangeschoten – kwam naar mij toe. Ze vertelde dat ze bang was voor mij en mijn oudere broer. Telkens wanneer ze ons ontmoette, zei ze, boezemden wij haar schrik in en voelde ze zich klein, zelfs gekleineerd. Ze ging dan altijd bevend naar huis. 
Ik wist niet waarover ze het had. Ik viel stil. Ik herkende mezelf niet. Alsof ze sprak over iemand anders.

Een andere keer, op een verjaardagsfeest van een zestigjarige vriendin, sprak een vrouw mij aan. Ik kende haar niet. Ze zei dat ze goede herinneringen had aan mij. Ze vertelde dat ik haar ooit had geholpen op de trein, bij een conflict met een bijzonder lastige kaartjesknipper. Ik was toen nog student. “Hoe jij toen voor mij opkwam, iemand die je niet kende, dat ben ik nooit vergeten.” 
Ik wel. Pas door haar woorden kwam het verhaal weer bovendrijven.

Een versie van mezelf die ik niet ken

Wat ik hier het verborgene noem – wat oudere tradities ook het occulte noemden – is niet wat we verzwijgen, maar wat zich aan ons weten onttrekt. Het zijn de sporen die ik nalaat in anderen: de impact die ik heb gehad zonder die te kennen, de verhalen waarin ik voorkom zonder ze te horen. Tot het naar boven komt en er een versie van mezelf verschijnt die ik niet ken. Niet omdat ze onwaar is, maar omdat ze buiten mijn perspectief ligt.

Wanneer het verborgene aan het licht komt, verschijnt er iets dat nooit spontaan deel kon uitmaken van mijn narratief. Ik kende het niet (meer). En het hoeft niet automatisch deel te worden van het verhaal dat ik vertel. Ik kan het evengoed geheim houden. Het onderscheid tussen het verborgene en het geheime ligt daarom niet in de inhoud, maar in mijn verhouding ertoe. Het verborgene ken ik niet; het geheime ken ik wel, maar ik zwijg erover.

Het verborgene beperkt zich overigens niet tot de sporen die ik nalaat in anderen. Het kan ook gaan om wat in mijzelf verborgen ligt – wat ik ooit heb geweten, maar vergeten ben. Iets wat is weggeduwd naar de diepten van mijn geheugen en daardoor geen deel meer uitmaakt van mijn verhaal. Ook dat verborgene kan plots weer opduiken en zich opnieuw aandienen: als verhaal dat ik vertel, of als geheim dat ik voor mezelf houd.


Een vierde dimensie

Het verleden is duurzamer dan het heden. Het heden is een ongrijpbaar punt dat zich voortdurend oplost. Wat we ‘nu’ noemen, is al voorbij op het moment dat we het benoemen. Het zijn de verhalen – de taal waarin we terugblikken – die vluchtige momenten vastzetten en vorm geven. 
Niet wat verschijnt, maar wat ik ermee doe, bepaalt mijn narratief. 
Zoals op het einde van The Chronology of Water wordt gezegd:
Bied woorden aan.
Mensen vragen me voortdurend of wat ik schrijf echt gebeurd is.
Is dat niet de vraag waar het in het leven op aankomt?
Is dit mij echt overkomen?
Ik weet het niet.
De dingen die ons overkomen zijn echt.
Maar schrijven is iets heel anders.”

Tussen het vertelde, het geheime en het verborgene beweegt mijn identiteit. In die beweging ontstaan nieuwe verhalen. Zo ontstaat er geleidelijk een manier om in die gegeven wereld te staan; niet uit wat vastligt, maar uit wat zich verplaatst tussen spreken, zwijgen en onwetendheid. Identiteit ontstaat uit verschuiving, niet uit stabiliteit.

Wat we met ons leven doen, blijft niet beperkt tot wat geweest is. Het werkt vooruit.

Na het verborgene lijkt het alsof we de grens hebben bereikt van wat zich aan het verhaal onttrekt. Wat niet verteld wordt, wat niet geweten is – daar eindigt het zichtbare. Hier zouden we kunnen afronden. Maar het verhaal is nog niet af. 

Want wat zich aan ons zicht onttrekt, ligt niet alleen achter ons. Het ligt ook vóór ons. In The Chronology of Water wordt dat zichtbaar: wat komt, ligt niet vast, maar ontstaat uit wat we leren dragen. Wat we met ons leven doen, blijft niet beperkt tot wat geweest is. Het werkt vooruit. Zoals Søren Kierkegaard het formuleert: “Het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden, maar moet voorwaarts worden geleefd.”  
Dat maakt The Chronology of Water zo'n sterke film: het verleden wordt niet opgelost, ook niet verdrongen, maar omgezet in de mogelijkheid om anders verder te leven.

‘De dingen die ons overkomen zijn echt.’ Maar identiteit valt nooit samen met wat geweest is. We verhouden ons niet alleen tot wat is, maar ook tot wat nog niet is. In ons zit een gerichtheid op wat nog kan worden. Daar ligt de vierde dimensie: niet achter ons, maar vóór ons, in wat nog niet is, maar mogelijk wordt. Daar ligt een andere vorm van verborgenheid: niet in wat onuitgesproken bleef, maar in wat nog ongerealiseerd is.

En daar valt weinig over te zeggen.
Alleen dit: precies hier, in wat nog kan worden, liggen onze vrijheid en onze verantwoordelijkheid.

 

 

Nog even dit

The Chronology of Water kan je zien op PICL, zonder abonnement.

[1] Met dank aan Theo De Roey om het biechtgeheim aan te dragen.

 

Ik schreef deze tekst zelf, met ondersteuning van ChatGPT bij herformulering en redactionele feedback. Inhoud, argumentatie en eindversie zijn van mij. 
AI-transparantie: AI-2: Taalredactie + suggesties voor formulering
GPTZero-score: 96% human. ‘We are highly confident this text is entirely human.’