Wie al eens kijkt naar Rijker dan je denkt (VTM), Tussen Kunst en Kitch (AVRO) of Antiques Roadshow (BBC), weet het: een barstje in een porseleinen of aardewerk object doet de waarde onmiddellijk dalen. De Nederlandse porseleinexpert, Joseph Estié, vat het grappig samen: “Wie zijn geld wilt vermallen, koopt porselein en laat het vallen.”


In Japan zien ze dat anders. Een gebroken vaasje, tasje of bordje heeft ook iets krachtigs. Het zit vol met potentieel. Zolang je maar uitgaat van de schoonheid van imperfectie. Kunstenaars gaan de breuklijnen benadrukken door de stukjes terug aan elkaar te zetten met goudlijm. Deze methode, kintsugi genaamd, bestaat al sinds de 15de eeuw. Ze wordt nog altijd toegepast, overigens ook door vele hobbyisten.


Onderstaand gebroken kommetje (‘ons kommetje’) bijvoorbeeld werd naar hogere regionen gebracht door Violina Jeliazkova, een Nederlandse ‘high-end beeldbewerker’. Door het ‘gevallen kommetje’ nieuw leven in te blazen krijgt het een meerwaarde die niet in geld kan worden uitgedrukt.



De meerwaarde zit immers in de kijk op de dingen. Kintsugi heeft veel van doen met wabi-sabi, de oosterse filosofie en levenshouding die zijn oorsprong vindt in het zen-boeddhisme. “Niets is eeuwig. Niets is af. Niets is perfect. Zo zou 
je de kern van het Japanse begrip wabi-sabi kort kunnen omschrijven. In zijn puurste vorm leert het je iets over de schoonheid van imperfectie.”, schrijven ze in Happinez.
Het kommetje heeft een ereplaats bij ons thuis.


Kintsugi voor onze democratie


In haar schitterend boekje Black Box Democratie (2020) introduceert Dilara Bilgiç de kintsugi-methode voor onze democratie. Ze schrijft: “Ditzelfde principe (nvpv: kintsugi-methode) geldt voor onze samenleving: iedere keer dat het ‘systeem’ faalt, iedere keer dat onze vaas breekt, moeten we niet passief naar de scherven kijken, alsof alles op onherstelbare wijze verkeerd is gelopen. We moeten de scherven integendeel oppakken en de vaas repareren. Oppakken, herstellen en wijzer worden. De vaas houdt misschien littekens over aan de breuk, maar die staan symbool voor de wijsheid die we erdoor hebben opgedaan. Onze democratie is middels deze les versterkt.” (p. 85)


Dilara Bilgiç vraagt ons komaf te maken met een politieke cultuur van wantrouwen waarbij politici op zoek gaan naar fouten bij de anderen om “zich te profileren bij de achterban.” Politici willen zoveel mogelijk de andere politici eens goed te pakken krijgen. Het gaat hier “primair niet om ‘het belang van het volk’ maar om het boven tafel krijgen van ‘fouten’.” (p. 86) Politici worden dan afgerekend op de fouten die ze maken, dus is het voor hen meestal van levensbelang om missers te verzwijgen.


Dilara Bilgiç: "‘We moeten het volk niet eens in de vier jaar een hokje laten invullen, maar beschouwen als rationele burgers die deel kunnen nemen aan de democratie.”

Hierdoor blijven structurele oplossingen voor het systeem dat deze fouten mogelijk heeft gemaakt, buiten beeld. Ze ziet een oplossing in het democratischer maken van ons electoraal-representatief stelsel.


Maak van onze democratie een zelflerend politiek systeem.

Een goede samenvatting van Black Box Democratie en een boeiend interview met Dilara Bilgiç vind je online in de Kanttekening. Hier volstaat het te zeggen dat ze op zoek is gegaan naar technieken om onze democratie om te turnen tot een zelflerend politiek systeem “dat meer dan het huidig bestel beschikt over de flexibiliteit om zich na gemaakte fouten structureel aan te passen.”(p. 13) Uiteraard krijgt de burger in haar aanpak veel meer directe inspraak (ondermeer via loting) en poogt ze de politieke polarisatie te verminderen. Resultaat: een beter bestuur ten dienste van de burger.


Ik heb met enorme bewondering en interesse dit boekje gelezen. In amper 128 pp. maakt Bilgiç een analyse van ons politiek systeem, gaat de discussie aan over legitimiteit en efficiëntie, fileert wat er fout zit in ons huidig systeem en brengt een evenwichtig en doordacht voorstel voor verbetering. Wat ze brengt is een voorbeeld van wat ik een androgyne democratie heb genoemd.
Ik zie sommige zaken anders (ik zou bijvoorbeeld meer plaats ruimen voor referenda), maar haar betoog is sterk om drie redenen:
(1) ze vertrekt vanuit een besef dat een democratie iedereen de kans moet geven om mee te doen;
(2) ze bouwt verder op de instellingen die al bestaan. Waar nodig versterkt ze en vult aan;
(3) ze stelt een systeem voor dat zelfverbeterend is: wat stuk is wordt op kintsugi-wijze mee opgenomen in de volgende stap.


En het straffe hou ik voor het einde: Dilara Bilgiç was 17 jaar toen ze dit werkje schreef. Ze is geboren in 2002, ex-vluchtelinge en een Koerdisch-Turkse Nederlander. Ze had bij het verschijnen (juni 2020) net haar gymnasiumdiploma behaald. Chapeau.



Nog even dit



Dilara Bilgiç, De Black Box Democratie, 2020 Boom, 9789024433087


We kochten het object bij PlanT2, de kunstenkamer van Mr. H. Bouquet, Sint-Vincentiusstraat 24B-2018 Antwerpen
Een korte handleiding van de kintsugi-methode vind je bij Dille & Kamille.


Het boek is te verkrijgen via Barbóék en de betere boekhandels.