Door Xavier Debeerst




Selfie


Een selfie is een (digitaal) zelfportret dat de weergave is van een echte of fake ervaring. (nvpv: zie ook onze bijdrage over Selfie en stickie). Met de opkomst van de smartphone-fotografie (we vergeten de Iphone-gebruikers niet) is de selfie voor iedereen toegankelijk geworden. Een zelfportret staande voor een monument of samen met al of niet beroemde personen zijn het populairst. Deze selfies komen dan terecht op de sociale media waar ze dan door duizenden volgers geliked worden. Dagelijks worden er ongeveer 76 miljoen selfies gepubliceerd op de sociale netwerken [1]. Vooral de selfies van popsterren en acteurs hebben veel invloed op de kijkers. De nieuwste trend is de mega-selfie. (nvpv: zie artikel in i-D)


Emmanuel Macron
Selfie door Emmanuel Macron, de president van Frankrijk

Het doel van een selfie is hoofdzakelijk het showen van onze beste of mooiste kant. Zelden of nooit zien we selfies van ongelukkige mensen. Het gevolg is dat de druk op de kijker groot is om te voldoen aan het idioom om gelukkig te zijn. Narcistisch of niet? Selfies zijn verslavend. Een dag zonder selfie is een ongelukkige dag. Dit kan leiden tot pathologisch narcisme. [2]


Selfies zijn de populaire vorm van het klassieke zelfportret in de kunst. Het zelfportret is sinds de uitvinding van de fotografie (1839) een geliefd onderwerp. De fotograaf die zijn spiegelbeeld fotografeert. Weinig spontaan en meestal afbeeldingen van serieuze en triestige fotografen. De fotograaf is een narcist en een voyeur geworden.


Ongekende fotografe neemt de oudste gekende spiegelselfie (± 1894).

Het begrip selfie kan ook uitgebreid worden naar voorwerpen waarmee de maker zich wil vereenzelvigen. Dit kan een auto, kledij, woning, etc. zijn, alsook een appeltaart. Het fotograferen van een maaltijd is zo populair geworden dat veel restaurants het fotograferen van de schotels verbiedt. Overdaad schaadt.
Waarschuwing: een selfie kan dodelijk zijn! Elk jaar sterven er honderden mensen bij het maken van selfies (van trappen van de Taj Mahal vallen, omver gereden worden, in ravijnen vallen, etc.) In 2008 stierven er 378 mensen bij het maken van een selfie [3].


Louis Jacques Mandé Daguerre
Zelfportret (daguerrotypie) van Louis Jacques Mandé Daguerre (1787-1851)

Dat ik hier een zelfportret van Daguerre toon is niet toevallig. Digitale snapshots en selfies zijn een hype maar niet zo nieuw als we denken. Ze verbinden ons met het begin van de fotografie op twee manieren: de tijd tussen opname en afdruk zo kort mogelijk houden en het resultaat zo algemeen mogelijk kunnen verspreiden.



De instantfotografie


Digitale fotografie is instantfotografie. Schieten, bekijken, delen en reageren. Deze manier van werken is niet zo nieuw als we denken. Het eerste commerciële fotografische procédé, de daguerreotypie uit 1839, was een instantfoto-procédé. Met een camera werd een foto genomen, meestal met een belichtingstijd van enkele minuten, en na een scheikundige bewerking in de camera kwam er een uniek positief beeld tevoorschijn. Positief betekent hier ‘onmiddellijk leesbaar’.
Een nadeel: elke foto was een uniek exemplaar, dus niet reproduceerbaar.


De andere procédés waren negatief–positief, lees: omslachtiger. Dit negatief - positief procedé is een uitvinding van de Engelse fotograaf Fox Talbot (1800-1877) Uit de camera kwam een negatief als tussenstadium. Dit negatief werd in de donkere kamer op speciaal papier geprojecteerd of gelegd om een (contact)afdruk te krijgen. Na een scheikundige behandeling verschijnt er op dat papier een positief beeld. Omslachtig, duur en traag.
Een voordeel: je kan van dat ene negatief vele positieve afdrukken maken.


Een van de grote zoektochten van de pioniers in de fotografie was het verkorten van de tijd: de belichtingstijd in de eerste plaats. Die werd korter naarmate de chemische processen werden verfijnd. Aan de andere kant was er het zoeken naar het verkorten van de tijd tussen de opname en het afdrukken. Die was zeker bij het negatief-positief procédé te groot. De foto was daardoor een vervorming van de herinnering.
In de fotogeschiedenis wordt de instant fotografie van Daguerre enkel als een curiositeit herinnert.


In 1943 ontwikkelde Edwin Land (1909–1991), op vraag van zijn 3-jarige dochter, de polaroidcamera. Mikken, klikken en de fotoafdruk kwam uit de camera gegleden. Wonder en fun tijdens feestjes en familie-uitjes. De herinnering aan het moment was direct beschikbaar. Met deze een eenvoudige en goedkope plastieken camera’s behoorde het complexe gedoe definitief tot het verleden. Dit was instantfotografie maar de foto was uniek en niet reproduceerbaar.


Met de opkomst van de digitale fotografie kunnen we nu nog sneller onze herinneringen vastleggen in een uitstekende kwaliteit, instant en reproduceerbaar. Daarenboven kunnen we ze deze foto’s –en dat is echt nieuw– onmiddellijk delen, liken, erop reageren, doorsturen, …
De instant-droom van de 19de-eeuwse uitvinders is uitgekomen.



Fotografie veralgemeend


De verspreiding van de fotografie ging aanvankelijk traag. Een van de redenen hiervoor was zeker dat het behoorlijk duur was. Niet alleen de materialen waren duur, maar je diende aan de uitvinder ook een vergoeding te betalen om zijn uitvinding te mogen gebruiken. Fotografie werd eerst vooral gebruikt door de elite en de wetenschappers. Gelukkig waren de astronomen er om de fotografie een duwtje in de rug te geven.


Omdat hij geen particuliere aandeelhouders vond voor zijn procédé, zocht Daguerre (1787–1851) financiering bij de Franse regering. De vermaarde astronoom en politicus François Arago (1786 – 1853) zag de enorme mogelijkheden en toonde op 7 januari 1839 voor het eerst voorbeelden van daguerreotypies in de Académie des Sciences en later in de Kamer van Afgevaardigden. Het verbazingwekkend nieuws haalde onmiddellijk de krantenkoppen over de hele wereld.
De Franse regering verwierf de rechten op het procédé in ruil voor levenslange pensioenen voor Daguerre en voor de zoon van Joseph Niépce. Joseph Niépce (1765-1933) had samengewerkt met Daguerre en is maker van de eerste permanente foto.


Daarna gaf de regering alles weg. Op 19 augustus 1839 werden de details van het nieuwe daguerreotypie-procédé aan het publiek voorgesteld als een geschenk van Frankrijk aan de wereld. Geen patenten of rechten meer. Fotografie is er voor iedereen. Zo sprak Arago hierover in de Senaat en de Academie: “De fotografie zal getuigen over het leven van de mensen en zal voor de wetenschappers dienen als een oog. Frankrijk ziet het als zijn plicht om dit niet voor te behouden voor een bevoorrechte enkeling, maar het te verbeteren ten bate van de hele mensheid”.
Daguerre schreef bijna onmiddellijk een boek van 79 bladzijden over zijn procédé, dat snel in een dozijn talen vertaald werd.


Links het titelblad van het rapport van Arago voor het Franse parlement. Rechts het titelblad van het boek van Daguerre. Beiden uit 1839.

Fotografie kon beginnen aan zijn blitzkrieg. Binnen enkele dagen verkocht elke opticien en chemicus in Parijs (en elders trouwens ook) zijn voorraad lenzen, zilvernitraat, zilverplaten en al het andere wat nodig was om foto’s te maken. Reeds in 1840 hadden Daguerristen, zoals ze genoemd werden, in elke grote stad portretstudio’s ingericht. Vele Daguerristen reisden rond en bezochten elke kleine stad of elke grote boerderij. Want voor het eerst kon een afbeelding van een familielid, een gezin, … gemakkelijk gemaakt en bewaard worden.


De komst in 1900 van de Brownie 2.0, het snapshot-fototoestel van Eastman Kodak, maakte fotograferen uiteindelijk toegankelijk voor iedereen. Jeder Mensch ist ein fotograf.
De droom van de 19de-eeuwse pioniers voor een wijdverspreide fotografie is uitgekomen.


Geheugen van de wereld


Iedereen fotograaf. Selfies, familiekiekjes, kranten, tijdschriften, televisie, films, de medisch wereld, zijn allen schatplichtig aan deze naarstige zoektocht en visie van de pioniers en aan het unieke Franse gebaar.


Puristen die de neus ophalen voor dit fenomeen, zouden beter nederig de nieuwe evolutie van de fotografie omarmen. Instantfotografie op Facebook, Instagram en andere platformen zijn een ware verrijking. Het gevolg van die miljoenen foto’s die dagelijks gepubliceerd worden is dat we een visueel geheugen van de mensheid bouwen. Een droom voor vorsende sociologen, filosofen, etnologen, etc. Maar hoe gaan we om met dit collectief geheugen? Hoe analyseren, catalogiseren en bewaren we deze snapshots? Dit vormt een enorme uitdaging voor de volgende generaties.


Nog even dit


[1] Analyse van de data van Meta Platforms Inc., 2021
[2] V. Boursier, F. Gioia en M. D. Griffiths, Selfie-engagement on social media: Pathological narcissism, positive expectation, and body objectification – Which is more influential?, Elsevier Addictive Behaviors Reports, 06/2020
[3] Onderzoek van de Oxford University. Zie ook een lijst op Wikipedia.




Gastauteur Xavier Debeerst is een van de grote kenners van de geschiedenis van de fotografie. Opgegroeid in een familie van fotografen richtte hij in 1997 Anamorfose op, een van de eerste Europese online winkels van vintage foto‘s. De collectie is georganiseerd rond twee belangrijke perioden in de fotogeschiedenis: het picturalisme (1880 - 1920) en het interbellum (1918 - 1940) met een accent op avant-garde fotografie. Dankzij hem werd ik gepassioneerd door het picturalisme.


Selfie van Xavier Debeerst

Hij is tevens oprichter en uitbater van Les Observatoires du Clain, een astronomische site in de buurt van Poitiers. Het omvat een tentoonstellingszaal, een bibliotheek met zeldzame boeken en historische telescopen waarmee je ter plekke naar de sterren kunt kijken. Het doel van de vzw is onze kennis van de geschiedenis van de astronomie en de astrofotografie te verbeteren en te bevorderen. Mérite le voyage.


Nu doet hij een visueel onderzoek rond polariteit en dualiteit in wetenschap, samenleving, godsdienst, filosofie,… Zie zijn projectwebsite _polariteit_dualiteit_.