Door Karel Vereertbrugghen
 

GEONIEMEN zijn woorden die zijn afgeleid van een aardrijkskundige naam. Voor de hand liggende voorbeelden zijn spa, pekinees en polonaise. Iets minder vanzelfsprekend zijn krent (Korinthe), pils (Pilsen) of jeans (Genua). 

En er is het kleine uitje met verfijnde smaak, de sjalot. Die was al in de oudheid bekend. Volgens de Romeinse auteur Plinius moest je deze caepae Ascaloniae pas op het einde van de lente planten. In onze streken raakte het uitje bekend door de kruisvaarders die het uit het Midden-Oosten meebrachten. 

De sjalot, of met zijn botanische naam Allium ascalonicum, dankt zijn naam aan de stad Asjkelon. In en om deze historische havenplaats werd het pittige uitje eeuwenlang gekweekt.
Of dat nu nog zo is weten we niet. Feit is dat Asjkelon in 1948 door het Israëlische leger werd ingenomen. De Palestijnse inwoners werden naar de Gazastrook gedeporteerd en in de leeggekomen huizen werden Joodse immigranten ondergebracht.

 

<< Terug