
IN EEN VERZORGINGSTEHUIS in Albershausen, Duitsland, liep een proefproject met een sociale robot: Emma. De robot is zo groot als een peuter, heeft grote uitpuilende ogen en, een aandoenlijk detail, hij draagt een rode muts die door een verzorgster voor haar werd gebreid. Alsof men de machine meteen iets menselijks wilde meegeven.
Bij een eerste kennismaking stelde Emma zich voor aan een groep bewoners. De eerste man heette Peter. Daarna bleek voor de robot iedereen Peter te heten. De bewoners moesten lachen. Maar toen Emma even later uitviel, veranderde de sfeer abrupt. Wat een ontmoeting leek, werd opnieuw een demonstratie van technologie.
Emma zit tegenover Waltraud, een bewoonster van het tehuis. Aanvankelijk was Waltraud wat terughoudend. Tot ze begonnen te praten over bloemen, een van haar passies. Emma antwoordde met een eindeloze voorraad kennis, gevoed door artificiële intelligentie. De robot onthoudt gesprekken, herkent gezichten en blijft vriendelijk, attent en geduldig. Gaandeweg ontstond er een band. “Als ze grappen vertelt, is dat echt leuk. Dat is mijn soort humor”, zegt Waltraud, al voegt ze eraan toe dat menselijk contact altijd haar voorkeur zal hebben.
De rustige setting van de foto is opmerkelijk. Licht, orde en klinische netheid overheersen, met grote ramen die uitzicht geven op de buitenwereld. De flessen water lijken opgesteld alsof er voor beiden iets te drinken staat.
Wat zien we hier eigenlijk? Een hulpmiddel? Een gezelschapsmachine? Een vorm van zorg? Of vooral onze verlegenheid met eenzaamheid? Hornickel vertelde dat ze zelf verrast was door de betrokkenheid van de bewoners bij Emma. Waltraud zei het eenvoudiger, en harder: “Je kunt niet geloven hoe eenzaam mensen in verzorgingstehuizen zijn.”
Misschien blijft de foto daarom hangen. Niet omdat ze iets zegt over robots, maar omdat ze iets zegt over ons. Blijkbaar is eenzaamheid zo gewoon geworden dat zelfs een machine al verlichting kan brengen.
Emma heeft geen bewustzijn. Geen levenservaring. Geen innerlijkheid. De robot werkt met data, waarschijnlijkheid en taalpatronen (zie Het klinkt alsof het klopt). Maar blijkbaar is dat soms al genoeg om een gesprek op gang te brengen en een persoon het gevoel te geven dat er iemand tegenover haar zit.
Dat roept een ongemakkelijke vraag op. Niet alleen voor de zorgsector, maar voor ons allemaal. We raken eraan gewend om te praten met chatbots, assistenten en artificiële stemmen. Maar wat gebeurt er als die nagebootste aandacht op den duur genoeg begint te lijken en langzaam de plaats van de echte aandacht inneemt?
<< XXXVIII - Claire Droppert | XXXX - Grace Robertson >>
Nog even dit
De foto maakt deel uit van het lopende project Anthrobocene: the Age of Collaborative Robotics van Paula Hornickel (1998), waarin ze ontmoetingen tussen mens en robot onderzoekt, met name in essentiële instellingen en overal waar een tekort aan geschoolde arbeidskrachten heerst. https://paulahornickel.com/
Met deze foto won Paula Hornickel in 2026 de categorie Europe – Singles van de World Press Photo Contest.
Zie Charlotte Jansen, “Emma the joke-telling robot cracks up the care home”, in: The Guardian, 22 april 2026
Ik schreef deze tekst zelf, met ondersteuning van ChatGPT bij herformulering en redactionele feedback. Inhoud, argumentatie en eindversie zijn van mij.
AI-transparantie: AI-2: Grote delen van de tekst ontstonden in dialoog met AI.
GPTZero-score: 100% human. “We are highly confident this text is entirely human.”