Rembrandt van Rijn (1606 – 1669) schilderde meer dan veertig zelfportretten. Het Zelfportret met twee cirkels (1665) schilderde hij in de laatste fase van zijn leven, toen het hem financieel niet meer zo goed ging. Het doek – net als zijn andere latere zelfportretten – spreekt me enorm aan. Je hebt het gevoel dat je naar een echte, moderne mens kijkt.

Rechts zien we een deel van een schildersdoek, achter hem zien we twee cirkels. Daarover is er al heel wat inkt gevloeid. Ze zouden een wereldkaart suggereren; ze staan symbool voor de zon en de maan; ze verwijzen naar symbolen uit de joodse kabbalistiek; ze zouden verwijzen naar de cirkel als perfecte harmonie bij Artistoteles, enzovoort.
Volgens een andere uitleg zou Rembrandt de cirkels hebben getekend als een verwijzing naar een apocrief verhaal over Giotto (1267-1337). Volgens dit verhaal, aldus de kroniekschrijver, schilder en architect Vasari (1511-1574), was de paus op zoek naar een kunstenaar voor een opdracht voor de Sint-Pieter in Rome. Hij stuurde gezanten naar diverse schilders en kunstenaars in Sienna, Firenze … om een bewijs van hun kunnen te verzamelen. Ook bij Giotto. Deze “nam een blad papier en een penseel dat hij in de rode verf doopte, hield zijn arm tegen zijn zij gedrukt als om er een passer van te maken, en met een snelle handbeweging trok hij een zo volmaakte cirkel dat het een lust voor het oog was.” De paus herkende onmiddellijk het vakmanschap van Giotto en riep hem naar Rome. Uit de losse pols een cirkel kunnen tekenen is geen sinecure en was alleszins voldoende om aangenomen te worden aan het pauselijk hof.
Volgens dit verhaal refereert Rembrandt aan Giotto door zich te plaatsen voor twee cirkels.

Rembrandt de vernieuwende klassieker

De dichter, kunsthistoricus en grote Rembrandtkenner Jan Emmens (1924-1971) vertelt in zijn boek “Rembrandt en de regels van de kunst” dat Rembrandt – evenals zijn tijdgenoten – de kunst beschouwde als het resultaat van drie krachten: alle kunstenaars beschikken over ingenium (aangeboren genialiteit), ars (theorie of geleerde kennis) en exercitatio (vaardigheid opgedaan door oefening).” Rembrandt hechtte meer belang aan het ingenium. Volgens Jan Emmens staat in dit schilderij Rembrandt symbool voor genialiteit, de ‘poëtische geest’, (ingenium), terwijl de cirkels erachter wijzen op de theorie (ars), en het doek aan de rand van het beeldvlak verwijst naar de vaardigheid door oefening (exercitatio).
Rembrandt wist zeer goed wat hij kan en wat hij doet. Volgens Emmens ziet Rembrandt de kunsttheorieën en esthetische opvattingen van zijn tijd als tegelijkertijd cruciale en beperkende referentiepunten. Hij gebruikt ze enkel als uitgangspunt voor het ontwikkelen van zijn eigen unieke stijl en artistieke weg. Rembrandt zocht in zijn werk naar een diepere waarheid en authenticiteit, voorbij de oppervlakkige schoonheid van de klassieke idealen. Dat resulteerde in diep menselijke, realistische en expressieve schilderijen. Zoals dit zelfportret. Zelfverzekerd, als een moderne Giotto, plaatst Rembrandt zich in het verleden en in de toekomst.

Cirkels tekenen

Terug naar onze cirkels. Een cirkel tekenen uit de losse pols is een fantastische kunde, maar zeker geen kunst meer. “Tot ergens ver in de 19de eeuw overheerste de nabootsingstheorie, met kunst als ambacht. Hegel verklaarde echter einde 19de eeuw deze kunst als dood: wetenschap en religie –de gedachte en de reflectie – hebben de schone kunsten overvleugeld (nvpv: De Melkerij en de kracht van kunst, in Het Verzet). Nu worden er zelfs wereldkampioenschappen ‘Cirkel tekenen uit de losse pols’ georganiseerd.
In onderstaande video zie je Alexander Overwijk op vraag van zijn leerlingen een perfecte cirkel tekenen. Deze wiskundeleraar uit Ottawa, Canada, was de eerste wereldkampioen “World freehand circle-drawing champion”. Deze cirkeltovenaars worden niet (meer) als kunstenaars gezien. Ze zeggen niet: ‘Ik ben kunstenaar’. Ze weten maar al te goed dat een cirkel tekenen een kunde is. Je kan dat leren. Kortom, hun cirkel is geen expressiemiddel van de kunstenaar.

Boeiende cirkels

Perfecte cirkels op zich zijn overigens niet zo interessant. Je kan de straal vergroten, je kan de cirkelboog een andere kleur of lijndikte geven , een binnenkleur geven …

Boeiender wordt het wanneer cirkels interageren met andere elementen of wanneer ze onaf zijn of geometrisch niet 100%. Twee schilderijen van Kandinsky ter illustratie:

Perfecte cirkels in relatie met diverse elementen. Wassily Kandinsky: Kreise in einem Kreis, 1923.
Imperfecte cirkels in een kleuroefening. Wassily Kandinsky: Farbstudie. Quadrate mit konzentrischen Kreisen, 1913.

Het zenboeddhisme draagt het schilderen van de imperfecte cirkel hoog in het vaandel. In de zenkunst is een ensō (円相, "cirkelvorm") een cirkel die met de hand is getekend: in de lucht, in het zand of op papier…Wij kennen het vooral als een tekening met zwarte inkt op een Japans licht papier (washi) in één of twee ononderbroken penseelstreken en in in één ademhaling. Deze cirkel drukt de zengeest uit en wordt geassocieerd met verlichting, kracht, het universum, het ‘alles’, de leegte, de imperfectie, het leven, het zelf … De oudste verwijzing naar een ensō is van de Chinese zenmeester Kyozan (814-890), zoals vastgelegd in het boek Keitokudento-roku (1004-1011), dat de genealogie van het zenboeddhisme verhaalt.

Boeiende imperfecte ensō-cirkels.

De ensō kan gesloten of open zijn. De onvolledige cirkel komt het meeste voor en getuigt van de schoonheid van de imperfectie (wabi-sabi). Bij het schilderen van de ensō (de cirkel) dient de geest vrij te zijn van (andere) gedachten en de hand eenvoudigweg de expressieve beweging van het moment te laten maken. Hoe de cirkel wordt geschilderd, weerspiegelt de geestestoestand, de mentale en spirituele toestand van de schilder zelf.

Enfin, dit allemaal om te zeggen dat ik Rembrandt een grote kunstenaar vind en niet omdat hij perfecte cirkels kan schilderen, want perfecte cirkels doen me niks, maar wel omdat hij, dankzij zijn sublieme techniek, erin slaagt zich (op dit schilderij) te portretteren in alle kwetsbare zelfzekerheid. Een gevoel dat ik ken.


Nog even dit

Het schilderij Zelfportret met twee cirkels bevindt zich in de collectie van het Kenwood House te Londen.

Rembrandt schilderde de cirkels overigens niet uit de losse pols, maar op basis van losse streepjes, zoals bijvoorbeeld de impressionisten dat later zouden doen.

Het verhaal van Giotto is te vinden in Giogio Vasari, Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten (1550). Het werd overgenomen in Het Schildersboek (1604) van Karel Van Mander, zelf een tijdje medewerker van Vasari. (de oorspronkelijke tekst van van Mander is te vinden op dbnl)

In 2018 berekende een professor van de faculteit Wiskunde aan de Universiteit van Stockholm dat de cirkel van Overwijk een rondheid van 99,7% had. Verbluffend.