
LAAT ONS BEGINNEN met een eenvoudige vraag: hebben dieren rechten als er geen mensen meer zijn?
Die vraag raakt aan de kern van dit artikel. Wat bedoelen we met dierenrechten? Dat dieren zelf rechten dragen? Of dat wij mensen verplichtingen hebben tegenover dieren?
Mijn antwoord is tamelijk rechtlijnig. Rechten bestaan niet zoals regen valt of bergen bestaan. Het zijn geen natuurverschijnselen. Ze ontstaan pas wanneer mensen normen vastleggen, erkennen en beschermen. Rechten behoren tot onze wereld van taal, afspraken, wetten en instellingen. Als mensen verdwijnen, verdwijnen rechten met hen mee.
Vanuit dit perspectief hebben dieren geen rechten zoals mensen rechten hebben.
Dat betekent niet dat dieren buiten de moraal vallen. Het betekent alleen dat onze verhouding tot hen niet in de eerste plaats juridisch is, maar ethisch.
Terug naar het volledige gedicht van Rilke.
De wereld van de panter
Der Panther Im Jardin des Plantes, Paris.
Sein Blick ist vom Vorübergehn der Stäbe
so müd geworden, dass er nichts mehr hält.
Ihm ist, als ob es tausend Stäbe gebe
und hinter tausend Stäben keine Welt.
Der weiche Gang geschmeidig starker Schritte,
der sich im allerkleinsten Kreise dreht,
ist wie ein Tanz von Kraft um eine Mitte,
in der betäubt ein grosser Wille steht.
Nur manchmal schiebt der Vorhang der Pupille
sich lautlos auf -. Dann geht ein Bild hinein,
geht durch der Glieder angespannte Stille –
und hört im Herzen auf zu sein.
De panter “Jardin des Plantes” - Parijs.
Zijn blik is van het langsgaan van de stangen
zo moe geworden dat hij niets meer ziet.
Wel duizend stangen houden hem gevangen
en meer dan duizend stangen is er niet.
De zachtheid van zijn lenig sterke pas,
die steeds de allerkleinste ring beschrijft,
is als een dans van kracht rondom een as
waarin een machtig willen is verstijfd.
Niet vaak meer trekt het scherm voor zijn pupillen
geluidloos op. Dan gaat een beeld erdoor naar binnen,
glijdt door het van spanning stille
lijf naar zijn hart - en gaat teloor.
Vertaald door Peter Verstegen
Opmerkelijk in deze context is niet zozeer wat Rilke schrijft, maar wat hij niet schrijft. Nergens eist hij vrijheid voor de panter. Nergens spreekt hij over de rechten van de panter. Hij kijkt en ziet een dier dat niet alleen opgesloten zit, maar geleidelijk zijn wereld verliest. De tralies worden de werkelijkheid. Af en toe dringt nog een beeld door, maar het dooft onmiddellijk uit: “glijdt door het van spanning stille lijf naar zijn hart - en gaat teloor”. De tralies nemen hem niet alleen vrijheid af; zij verkleinen de wereld zelf. Of sterker: zijn wereld wordt hem ontnomen.

Dat is de diepere betekenis van het gedicht. De panter lijdt niet alleen omdat hij gevangen zit. Hij lijdt omdat hij niet langer panter kan zijn. Dat is niet enkel een beschrijving van een panter in een dierentuin. Rilke reikt ons een criterium aan voor wreedheid. Wreedheid begint waar een levend wezen niet alleen pijn wordt gedaan, maar zijn eigen wijze van bestaan wordt ontnomen.
Van lijden naar plichten
Aan het einde van de achttiende eeuw stelde de Engelse filosoof Jeremy Bentham (1748-1832) een beroemde vraag: niet of dieren kunnen redeneren of spreken, maar of zij kunnen lijden.
Rilke spreekt niet de taal van rechten, maar van verlies. Bentham spreekt niet over verlies, maar over lijden. Toch wijzen beiden in dezelfde richting: dieren zijn moreel relevant omdat hun kwetsbaarheid ons aanspreekt.
Peter Singer (1946) bouwde daarop voort. Dierenleed mag volgens hem niet minder zwaar wegen enkel omdat het om dieren gaat. Tom Regan (1938–2017) ging nog verder en beschouwde veel dieren als dragers van een eigen levenswereld. Zij zijn subjects-of-a-life en hebben daardoor rechten.
Singer en Regan trokken verschillende uitgangspunten, maar beiden kwamen uit bij een krachtige verdediging van dieren.
Hun bijdrage is van onschatbare waarde. Zij hebben ons geleerd dieren ernstig te nemen [2].
Toch ligt voor mij de kern elders. Niet in de vraag welke rechten dieren hebben, maar in de vraag wat wij hun verschuldigd zijn. Hier sluit ik aan bij Simone Weil. Volgens haar gaan plichten vooraf aan rechten. Een wezen hoeft zijn rechten niet eerst op te eisen om ons iets te verplichten. Soms volstaat zijn kwetsbaarheid.
Dat geldt ook voor dieren. Zij spreken niet de taal van het recht. Maar zij kunnen wel lijden. En precies daarom rust er verantwoordelijkheid op ons [3].
Tragiek en wreedheid
De Duitse filosoof Markus Gabriel [4] wijst erop dat de mens niet buiten de natuur staat als een rechter die over haar oordeelt. Ook wij zijn lichamelijke, kwetsbare en sterfelijke wezens. Wij herkennen het lijden van dieren omdat ook wij bestaan in een zelfde kwetsbare en sterfelijke conditie. Precies daar verschijnt het verschil tussen mens en dier.
Een marter die een kip doodt, begaat geen misdaad. Een koekoek die een ei uit het nest duwt, handelt niet wreed. Dat behoort tot de tragiek van het leven. De mens deelt in die tragiek, maar hij is er niet verantwoordelijk voor. Hij is wel verantwoordelijk voor de wreedheid die hij eraan toevoegt: opsluiting, uitbuiting, vernedering en nodeloos leed. Dit zijn menselijke keuzes.

Wreedheid ontstaat pas wanneer een wezen begrijpt wat het doet en toch vermijdbaar leed veroorzaakt. Niet het bestaan van lijden vormt het hart van de ethische vraag, maar de menselijke leedtoevoeging.
Mens en dier
Vanuit dit perspectief wordt ook het verschil tussen mens en dier duidelijker. Zowel dieren als mensen zijn kwetsbare wezens. Hieruit volgt dat wij tegenover beide plichten hebben.
De kwetsbaarheid van een dier roept de plicht op om het dier dier te laten zijn. Geen onnodig leed toe te voegen. Zijn natuurlijke gedragingen niet zonder noodzaak te verhinderen.
De mens is eveneens een kwetsbaar wezen. Maar hij behoort bovendien tot een gemeenschap van taal, geschiedenis, cultuur en verantwoordelijkheid.
De kwetsbaarheid van een mens roept daarom ook de plicht op hem toe te laten mens te worden en te zijn. Deze gedachte sluit aan bij wat ik elders over mensenrechten schreef. Mensenrechten vormen het politieke en juridische antwoord op een voorafgaande menselijke kwetsbaarheid.
Net als dieren nemen ook pasgeborenen niet actief deel aan de menselijke gemeenschap. Toch behoren zij er reeds toe. Zij appelleren aan ons als kwetsbare lichamen én als mensen die nog moeten uitgroeien tot zelfstandige deelnemers aan die gemeenschap.
Daardoor zijn onze plichten tegenover kinderen niet dezelfde als onze plichten tegenover dieren. Het morele appèl dat uit de kwetsbaarheid van dieren spreekt, wordt daardoor echter niet minder sterk.

Verantwoordelijkheid zonder rechten
Hebben dieren rechten als er geen mensen bestaan? Neen, was mijn antwoord. Rechten behoren tot de menselijke wereld van taal, afspraken en instellingen. Zonder mensen verdwijnen ook rechten.
De vraag is daarom dus niet of dieren rechten hebben zoals mensen rechten hebben. De vraag is welke plichten wij hebben tegenover de kwetsbare levende wezens waarmee wij deze wereld delen. Het dier kan bestaan, lijden en sterven. Dat is voldoende om ons aan te spreken. Niet omdat dieren onze gelijken zijn, maar omdat wij begrijpen wat lijden betekent en verantwoordelijkheid dragen voor wat wij aan de wereld toevoegen.
Onze opdracht is niet de wereld naar onze hand te zetten, maar dieren dier te laten zijn en mensen mens te laten zijn. Juist omdat alleen mensen over moraal, recht en verantwoordelijkheid beschikken, rust die verantwoordelijkheid bij ons.
Dat is uiteindelijk de les van Rilkes panter. Zijn lijden schuilt niet alleen in de tralies die hem gevangen houden, maar in de wereld die hem wordt ontnomen. Wreedheid begint waar een levend wezen niet alleen pijn wordt gedaan, maar niet langer kan zijn wat het is.
Nog even dit
[1] Het gedicht van Rainer Maria Rilke, Der Panther, werd oorspronkelijk gepubliceerd in Neue Gedichte (1907);
Nederlandse vertaling van Peter Verstegen staat in Rainer Maria Rilke, Nieuwe gedichten. Een bloemlezing. 2021, Rainbow Pockets, 9789041741189
Bij de video van Kentridge:
“There’s a line in the Rilke poem ‘The Panther’ where he talks about the panther going up and down, backwards and forwards in front of the bars; the translation that always sticks in my head is “like a dance of strength around a middle / where a mighty will was put to sleep”.
That centre is a gap, terrain that I don’t always try to go through, but the work happens around it.
The only way I can talk about it, is by circling it.
‘Will’ has always for me had a double meaning… but it’s that sense of a dance of strength around a gap”. WK –
Uit de Instagram van William Kentridge Studio, 17 mei 2022
Extract from “Footnotes for the Panther: Conversations between William Kentridge and Denis Hirson”, 2017, Fourthwall Books, Johannesburg
[2] Iets wat bij ons bijvoorbeeld Gaia doet.
Bij Singer lezen we dat dieren kunnen lijden. Ook voor Gaia is lijden het criterium.
Bij Regan lezen we dat de dieren daardoor rechten hebben. Veel hedendaagse dierenrechtenorganisaties, waaronder Gaia, sluiten aan bij deze rechtenbenadering.
Peter Singer, Animal Liberation. A New Ethics for Our Treatment of Animals, New York, Random House, 1975.
Tom Regan, The Case for Animal Rights, Berkeley, University of California Press, 1983.
[3] Een verwante kritiek werd reeds geformuleerd door Jos Verhulst.
Volgens hem leidt een consequente doortrekking van het darwinistische mensbeeld niet vanzelf tot dierenrechten. Indien mens en dier principieel tot dezelfde orde behoren, valt immers moeilijk te verklaren waarom enkel van de mens moreel gedrag wordt geëist.
Verhulst betoogt bovendien dat rechten slechts kunnen bestaan binnen een orde van vrije en mondige rechtssubjecten die in principe kunnen deelnemen aan de vorming van het recht. Een uitbreiding van het rechtsbegrip tot dieren zou volgens hem uiteindelijk kunnen leiden tot een uitholling van het onderscheid tussen rechtssubjecten en beschermde objecten van recht.
Zie: Jos Verhulst, “Dieren hebben geen rechten, maar de mens is geroepen tot medelijden”, in: Klaas Commentaar, III-1, 24-2-1995, p. 2-3. Lees het volledige artikel (pdf).
Deze discussie kan hier niet verder worden uitgewerkt, maar raakt aan een fundamentele vraag naar de oorsprong en draagwijdte van rechten en plichten.
[4] Markus Gabriel, De mens als dier. Waarom we toch niet in de natuur passen, 2023, Boom, 9789024452675