Voor Luc De Keyser
HET DEBAT OVER DIGITAAL geld lijkt vaak technisch, maar onder de oppervlakte woedt een strijd over macht, ideologie en geopolitiek. Stablecoins nemen daarin een bijzondere plaats in. Het zijn privaat uitgegeven digitale munten die de waarde en geloofwaardigheid van publieke munten gebruiken — dollar, euro of een andere munt — zonder zelf publiek geld te zijn. Ze combineren de snelheid van crypto met de stabiliteit van publiek geld, maar ze verschuiven tegelijk macht van overheden naar private spelers. Wie stablecoins analyseert, kijkt niet naar technologie, maar naar de vraag wie ons geld mag uitgeven, controleren en vormgeven.
1. Trump, de dollar en de geopolitieke inzet van stablecoins
Op 18 juli 2025 ondertekende US-president Trump de Genius Act (Guiding and Establishing National Innovation for U.S. Stablecoins Act). Dit is een federale wet die een regelgevingskader wil creëren voor stablecoins. In de Verenigde Staten worden stablecoins niet gezien als een technologische nieuwigheid, maar als een strategisch instrument. Donald Trump verzet zich openlijk tegen een digitale dollar van de centrale bank omdat die overheidsmacht zou versterken. Maar hij omarmt wél private stablecoins van uitgevers zoals Tether (USDT) en Circle (USDC). Dat is geen tegenstelling, maar een ideologische lijn:
- Een digitale munt van de overheid = overheidscontrole.
- Een digitale munt van bedrijven = vrijheid, competitie, markt.
Maar er speelt meer: stablecoins versterken de geopolitieke positie van de Amerikaanse dollar (MAGA). Door de full-reserve-regels (1 stablecoin = 1 dollar of Amerikaans schuldpapier - zie deel 3) stijgt de vraag naar dollars en Amerikaanse activa: de uitgevers (Tether, Circle…) hebben zich daarvoor geëngageerd.
Elke Amerikaanse stablecoin die wereldwijd circuleert, is in feite een uitgeklede digitale dollar: ze volgt de waarde van de dollar, leunt op Amerikaanse activa en valt onder Amerikaanse rechtsmacht en sanctieregimes — ook wanneer ze buiten de VS worden gebruikt, maar zonder publieke garantie. Als pakweg 10–20% van de Europese economie via Amerikaanse stablecoins zou lopen - nu is dat nog geen 1% – , verschuift een deel van onze monetaire macht:
- van de Europese Centrale Bank naar private Amerikaanse bedrijven,
- van Europese regelgeving naar Amerikaans recht,
- van publieke stabiliteit naar private controle.
Ons geldsysteem wordt dan een verlengstuk van de Amerikaanse economie — zonder dat Europa daar democratische zeggenschap over heeft.
De keuze voor stablecoins is dus geen losse ideologische voorkeur, maar het resultaat van een samenlopende belangencoalitie van Big Tech, cryptobedrijven, financiële spelers en geopolitieke strategen die elk baat hebben bij een privaat, dollar-gedomineerd digitaal geldsysteem.
Daarom bouwt Qivalis, een consortium van Europese banken (waaronder KBC, BNP Paribas en ING) nu aan een eigen Europese stablecoin. Die nieuwe digitale munt zal één euro waard zijn. Voor elke uitgegeven stablecoin wordt Europees onderpand aangehouden — euro’s, overheidsobligaties en andere liquide activa. Zelfs Europese banken zien: wie geen eigen digitale munt bouwt, wordt meegesleurd door het Amerikaanse systeem.
2. De cryptoparadox: stabiliteit zoeken bij bedrijven
Stablecoins ontstonden vanuit de libertaire, haast anarchistische gedachte achter crypto: geld moet vrij zijn. Geld werkt beter zonder overheid, zonder uitgebreide regels, zonder democratische tegenmacht.
Maar de extreme volatiliteit van bitcoin maakte dat ideaal onhoudbaar voor de betaalmarkt. Dus ontstond de paradox: Om stabiliteit te vinden in een systeem dat de centraliserende overheid wil vermijden, moest men teruggrijpen naar een private uitgever die alle macht krijgt.
Crypto werd bedacht als geld zonder centrale autoriteit. Maar precies dat ideaal maakt het onbruikbaar: zonder iemand die bijstuurt, schiet de waarde alle kanten op. Zodra er wél een speler opstaat die stabiliteit garandeert — zoals bij stablecoins — duikt meteen een centrale actor op met regels, controle en uitsluitingsmacht. Kunnen stablecoins dan nog echte cryptocurrencies worden genoemd? Zijn ze niet eerder privaat geld in een nieuw jasje?
Crypto kan niet tegelijk stabiel én libertair zijn. Stablecoins beloven stabiliteit, maar die stabiliteit hangt af van:
- de reserves van één bedrijf,
- de eerlijkheid van dat bedrijf,
- de rechtsstaat waaronder dat bedrijf valt,
- van een geloofwaardige koppeling aan een munt die de uitgever zelf niet controleert,
- en het vertrouwen dat het publiek erin stelt.
“We zijn tegen elke vorm van tirannie door de overheid…”, zei Trump tijdens een Libertarian Event (mei 2024): “…We willen dat de overheid zich niet bemoeit met onze zaken, onze portemonnee en ons leven. Dat is wat we willen.” [1]. Achter deze afkeer van staatsmacht schuilt vaak een bredere afkeer van publieke structuren. Maar ‘de markt is beter dan de staat’ leidt in de praktijk zelden tot meer vrijheid. Het leidt tot private macht, speculatie en kwetsbaarheid. Een geldsysteem zonder publieke structuur betekent geen stabiliteit, geen bescherming en geen vangnet wanneer het misgaat.
Wie stablecoins gebruikt, hangt af van commerciële spelers. Wie bitcoins gebruikt, hangt af van een marktmechanisme dat extreme prijsschommelingen produceert. In beide gevallen ligt de macht buiten het democratische domein. De fundamentele keuze is dan ook niet tussen crypto en een centrale bank, maar tussen een geldsysteem met een publiek monetair anker en een systeem waarin geld volledig wordt overgelaten aan private of marktgedreven krachten.
3. Het internet als waarschuwing
De cryptowereld lijkt op het vroege internet en World Wide Web: een revolutionaire technologie geboren uit een libertaire droom. Ingenieurs en cyberpunks wilden in de jaren ‘80-‘90 een open netwerk waar niemand de toegang bepaalde, waar vrijheid centraal stond en macht verspreid was. Maar die droom is maar deels uitgekomen. John P. Barlow, de tekstschrijver van Grateful Dead en grote voorvechter van het vrij internet raakte gedesillusioneerd [2]. Het web evolueerde niet naar een horizontaal netwerk, maar naar een piramide:
- Google controleert informatie.
- Meta controleert sociale interactie.
- Amazon controleert infrastructuur.
- Algoritmes bepalen aandacht en gedrag.
- Data werd een grondstof voor commerciële surveillance.
Een technologie die bedoeld was om macht te decentraliseren, concentreerde ze opnieuw — maar dan in handen van private bedrijven.
De cryptowereld loopt gevaar hetzelfde pad te volgen:
- decentralisatie in theorie,
- maar centralisatie in de praktijk — bij stablecoinuitgevers, cryptrobeurzen, miners, en platforms.
Daarom is het internet en het web de perfecte waarschuwing: zonder publieke regels en democratische tegenmacht wordt elke digitale infrastructuur haast vanzelf privaat, commercieel en gecentraliseerd.
4. Hierover gaat het dus
Stablecoins zijn geen technisch detail. Ze zijn:
- een geopolitieke hefboom (VS vs. EU),
- een ideologisch strijdpunt (markt vs. publiek domein),
- en een waarschuwing uit het internetverleden (hoe infrastructuur die begon als vrij en open, alsnog kan worden geprivatiseerd).
Dat was niet wat de pioniers van het internet en het web voor ogen hadden. Denkers als John Perry Barlow droomden van een digitale ruimte zonder soevereinen, zonder poortwachters, zonder gecentraliseerde macht. De realiteit werd anders: niet de overheid, maar een handvol private platforms ging het web structureren, reguleren en commercialiseren.
Wie stablecoins omarmt, kiest — bewust of onbewust — voor een geldsysteem waarin een gelijkaardige verschuiving aan het gebeuren is: monitaire macht verschuift van publieke instellingen naar private uitgevers, vaak buiten de eigen rechtsorde. Wie ze verwerpt, kiest niet automatisch voor meer overheid, maar voor het behoud van collectieve zeggenschap over de basisinfrastructuur van geld.
Stablecoins tonen de kern van de digitale geldstrijd: niet welke technologie we gebruiken, maar wie de regels schrijft. De vraag is of digitaal geld hetzelfde pad volgt als het web — van libertaire belofte naar commerciële infrastructuur — of dat we dit keer de vrijheid van digitale technologie verbinden met een publiek, democratisch fundament. Dit onderstreept tegelijk het probleem: ook het Europese antwoord blijft privaat, terwijl de kernvraag net is of geldinfrastructuur niet beter publiek georganiseerd moet worden. Daarover hebben we het in Deel 5.
Nog even dit
[1] Zie LIVE: Donald Trump speaks at Libertarian event in Washington DC, in: Times News, YouTube, De bewuste uitspraak vind je rond 3min30.
[2] Interessante lectuur om te begrijpen welke gedachten aan de oorsprong liggen van het internet, en bij uitbreiding van de cryptomunten, zijn de teksten van John Perry Barlow, de Grateful Dead-tekstschrijver die in 1996 het internet zijn “A Declaration of the Independence of Cyberspace” gaf. Terug te vinden op Electronic Frontier Foundation.

Twee andere boeiende teksten van zijn hand: “The Economy of Ideas”, in Wired, 1 maart 1994, en deze veelzeggende tekst uit 2006: “Is Cyberspace Still Anti-Sovereign?”, Cal Alumni Association, April 2006 (12 feb. 2018). Hier geeft Barlow uiting aan zijn gemengde gevoelens. Barlow erkent dat zijn oorspronkelijke utopie — een internet dat buiten de macht van staten valt — deels is ondermijnd. Regeringen proberen steeds meer vat te krijgen op het web via surveillance, censuur, data-controle en wetgeving. Ook bedrijven hebben een onverwacht sterke machtspositie verworven: grote commerciële platforms structureren de online omgeving en bepalen wie toegang heeft tot wat. Cyberspace is nog steeds anti-sovereign, maar minder vanzelfsprekend dan hij in 1996 geloofde. De vrijheid van het internet is geen gegeven, maar een strijd die voortdurend gevoerd moet worden — tegen staten én tegen private machten.