Voor Luc De Keyser


IK WIL IETS DOEN wat we zelden doen: kijken naar geld. Niet naar mijn persoonlijke rekeningen, maar naar de monetaire architectuur zelf. We gebruiken het woord “geld” te veel alsof het één ding is. Maar er circuleren verschillende soorten geld en daaronder – maar minstens even belangrijk –— bestaan er verschillende infrastructuren waarlangs dat geld beweegt. We noemen ze rails. Een rail is de weg waarlangs geld van een betaler naar een begunstigde gaat en al de benodigdheden daarvoor. In deze bijdrage gaat het over betalingsrails voor burgers en bedrijven; kapitaalmarktsystemen zoals Euroclear laat ik hier buiten beschouwing.

Een euro op mijn bankrekening ligt daar als een getal dat niet beweegt. Pas wanneer ik ermee betaal, kies ik een betaalvorm (cash, bankkaart, kredietkaart, paypal…). Dan wordt er een bepaalde rail in werking waarover mijn geld reist. Die keuze bepaalt de snelheid van de betaling, wie meekijkt, wie verdient, wie beslist en welk risico ik draag. Toch voelen al deze soorten geld voor mij quasi hetzelfde aan. De euro die ik cash betaal, lijkt toch dezelfde euro als diegene waarmee ik betaal via mijn bankkaart. En die lijkt weer dezelfde euro die ik betaal via Apple Pay, of zelfs een ‘eurostablecoin’ op een cryptoplatform. Maar dat is schijn. Wat wij ervaren als één en dezelfde soort euro, is in werkelijkheid een gelaagd systeem van verschillende geldsoorten, rails, regels, risico’s en machtsverhoudingen.

Die twee lagen — geldsoorten en rails — bepalen samen wie toegang krijgt, wie uitgesloten kan worden, wie verdient aan ons betalingsverkeer en waar de democratische controle ophoudt. Wie geld wil begrijpen, moet daarom twee vragen bekijken:

  1. Welke soorten geld bestaan er?
  2. Langs welke infrastructuren (rails) bewegen die geldsoorten?

     

De soorten geld en hun rails

Geldsoorten zijn statisch. Rails zijn dynamisch en bepalen hoe geld stroomt door de samenleving [1]. Dit eerste schema laat zien hoe uiteenlopend die geldsoorten werkelijk zijn [2].

Schema 1 – Private munten hebben een hoger risico dan publieke munten © Peter Droeshout en het Verzet

 

1. Fundament: publiek geld (links)

Echt publiek geld wordt rechtstreeks uitgegeven door de centrale bank, dus los van de private markt en zonder faillissementsrisico. De basis is niet vertrouwen op een commerciële speler, maar op de soevereiniteit van de overheid. Publiek geld is dus structureel robuuster. Ik zeg niet dat staten altijd beter bestuurd zijn dan banken. Publiek geld is gewoonweg niet afhankelijk van de financiële gezondheid of beloften van private instellingen. Het is geen commercieel product, maar een publiek goed.
 

1.1 Cash — fysiek, veilig en anoniem

Cash - biljetten en munten – is het oudste en eenvoudigste geld dat we kennen:

  • uitgegeven door de centrale bank;
  • fysiek;
  • juridisch risicoloos;
  • overal bruikbaar;
  • anoniem;
  • het enige geld zonder digitaal spoor.

RAIL 
Wanneer we aan een bankautomaat cash geld afhalen, gebeurt er iets eenvoudigs maar belangrijks. Het bedrag verdwijnt van onze rekening en verschijnt in onze hand, als biljetten en munten.

Cash verandert geld van omgeving. Op de rekening is het een tegoed bij een bank. In onze hand wordt het publiek en tastbaar geld.

Daarom blijft cash bijzonder. Natuurlijk vraagt het een hele infrastructuur: biljetten drukken, munten slaan, geldtransporten, beveiliging, controle. Maar op het moment dat ik met cash betaal, is er geen bank, betaalplatform, netwerk of algoritme dat de betaling moet goedkeuren of registreren. Ik geef geld. De ander ontvangt het. Meer gebeurt er niet.

Bij cash is het geld zelf de betaling. Er zijn geen transactiekosten, geen dataverzameling en geen onmiddellijk toezicht. Precies daarom heeft cash nog altijd een politieke betekenis. Het geeft burgers de mogelijkheid om te betalen zonder digitale systemen, commerciële voorwaarden of externe toestemming.

 

1.2 Centrale-bankreserves — publiek, digitaal, maar niet voor burgers

Naast cash bestaat er nog een andere vorm van publiek geld: centrale-bankreserves. Dat is digitaal geld van de centrale bank, maar gewone burgers komen er nooit mee in aanraking. Banken gebruiken het om onderling af te rekenen.

Je kunt het zien als de verborgen onderlaag van ons betalingsverkeer. Wij betalen met kaarten, overschrijvingen of apps. Achter de schermen zorgen banken ervoor dat hun rekeningen bij de centrale bank weer kloppen.

  • uitgegeven door de centrale bank;
  • enkel toegankelijk voor commerciële banken;
  • bedoeld voor verrekeningen tussen banken;
  • de publieke brug tussen bank en centrale bank.


RAIL
Centrale-bankreserves bewegen over één enkele digitale rail: het interne afrekennetwerk van de Europese Centrale Bank, bekend als TARGET. Dit is de ruggengraat van het Europese betalingsverkeer. 
Elke grote transactie tussen Europese banken, overheden, beurzen en financiële instellingen loopt over deze veilige publieke rail. Als deze rail stopt, stopt het financiële systeem. En, belangrijk voor onze bijdrage, er komt geen commerciële speler aan te pas, geen Visa, geen Apple Pay, geen commerciële dataverzamelaar.
 

1.3 Digitale euro: ‘digitale cash’

De digitale euro bestaat nog niet. Hij wordt vermoedelijk gelanceerd tegen 2029 en is bedoeld als de digitale variant van de fysieke cash: ook publiek, ook juridisch risicoloos, maar dus niet fysiek. Ik vermeld de digitale euro nu al omdat hij een belangrijke rol kan spelen (zie deel 5).

Dit zijn vier kenmerken waaraan de digitale euro volgens mij minimum moet voldoen [3]:

  • Uitgegeven door de centrale bank
  • Juridisch risicoloos
  • Beperkte anonimiteit (pseudonimiteit)
  • Digitaal maar offline bruikbaar

Deze kenmerken zijn afgeleid van cash geld.

RAIL
We weten nog niet hoe de rail van de digitale euro definitief zal zijn. Het ontwerp is al geschetst: het wordt een nieuwe publieke rail, gebouwd door de Europese Centrale Bank, parallel aan de rail van de centrale-bankreserves.

 

1.4 Conclusie publiek geld

Publiek geld vormt de stille basis van onze economie. Cash en centrale-bankreserves zijn de enige vormen van geld die rechtstreeks door de centrale bank worden uitgegeven. Ze dragen geen faillissementsrisico van een commerciële bank en steunen op publieke infrastructuur. Met de digitale euro zou daar voor het eerst een publieke digitale geldvorm voor burgers bijkomen.

Maar precies dat publieke fundament is smaller geworden. Cash verdwijnt uit veel dagelijkse betalingen. Centrale-bankreserves blijven dan weer voorbehouden aan banken. Burgers hebben er geen toegang toe. Tussen die twee in groeit het terrein van private spelers: banktegoeden, kaartnetwerken, betaalapps, Big Tech-oplossingen zoals Apple Pay, en ook nieuwe private geldvormen zoals stablecoins.

Daarom is de digitale euro belangrijk. Niet omdat hij zomaar een extra betaalmiddel zou zijn, maar omdat hij opnieuw een publieke betaalroute voor burgers kan openen. De vraag is alleen hoe publiek die route echt zal zijn. Wordt de digitale euro een vorm van digitaal cashgeld? Of wordt hij ingebouwd in het bestaande commerciële ecosysteem van banken, apps en technologiebedrijven?

Geld is pas echt publiek als niet alleen het geld zelf, maar ook de betaalrail erachter publiek blijft. Daarom is de toekomst van publiek geld geen louter technische of financiële kwestie. Het is een politieke keuze.
Zoals we zullen zien in deel 5, is deze erosie van publiek geld geen technologische of financiële kwestie, maar een politieke kwestie.

 

 

2. Privaat geld: digitaal en risicodragend (rechts)

Alle privaat geld is geld dat niet wordt uitgegeven door de centrale bank en is by design digitaal.
 

2.1 Banktegoeden — privaat geld dat wordt gezien als publiek geld

Tegoeden op onze bankrekening is het geld dat de meesten van ons dagelijks gebruiken. Dat voelt als “ons geld”, maar juridisch is het dat niet. Het is privaat geld — een schuld van de bank aan jou — dat enkel waarde heeft zolang de bank gezond is. 

  • Digitaal
  • Niet anoniem
  • Risicodragend,
  • Vormen 90–95% van al het geld in omloop.
  • Depositogarantie (€ 100.000)

Het grootste deel van de economie draait op dit soort private geld. Het wordt door banken gecreëerd wanneer ze kredieten toekennen. In deel 2 zagen we hoe daardoor een permanent schuldgedreven systeem ontstaat. Bankgeld werkt zolang banken gezond blijven [4]. Maar als een bank omvalt, valt jouw geld mee om. Dat komt omdat het geld op je bankrekening geen ‘echte euro’s’ zijn, maar een belofte van de bank om jou later echte euro’s te geven. Publiek geld is geld; privaat geld is een belofte op geld. En als je iemand betaalt via jouw bankrekening, dan verleg je de schuld van de bank van jou naar de begunstigde.

Publiek geld is geld; privaat geld is een belofte op geld.

In het dagelijks leven merken we dat niet. Betalen met je kaart of smartphone is snel en gemakkelijk. Alles werkt vlot — zolang de bank werkt. Maar dat geld is dus niet gegarandeerd door de centrale bank, alleen door jouw bank. Het draagt het faillissementsrisico van die instelling [5].

Vroeger zetten we die belofte voortdurend om in iets dat wél zeker was: cash, echte publieke euro’s. Maar wat heb je aan cash als je het op steeds minder plekken kan gebruiken. Nu cash verdwijnt, verdwijnt ook de veiligheid die cash ons biedt. De bank moet je geen biljetten meer geven; ze moet alleen nog het cijfertje op je app tonen. Dat lijkt een detail, maar het is een enorme verschuiving in macht.

Omdat bijna al het geld in onze economie (90 tot 95 procent) bestaat uit privaat bankgeld, ontstaat de effectieve geldhoeveelheid in hoofdzaak via kredietverlening door commerciële banken. Centrale banken en overheden bepalen de randvoorwaarden, en het betaal- en spaargedrag van burgers beïnvloedt hoeveel geld actief circuleert, maar het concrete moment waarop nieuw geld wordt gecreëerd of verdwijnt ligt in hoofdzaak bij private kredietbeslissingen.


RAIL

Banktegoeden lijken één soort geld, maar ze bewegen niet altijd langs dezelfde weg. Afhankelijk van de betaling gebruiken ze verschillende private betaalrails.

  • De eenvoudigste rail is die van de bank zelf. Betalen twee klanten bij dezelfde bank elkaar, dan kan de betaling binnen de eigen infrastructuur van die bank blijven. Ook veel domiciliëringen, Bancontactbetalingen en overschrijvingen starten daar.
  • Zodra geld van de ene bank naar de andere moet, komt een andere laag in beeld. Dan verloopt de betaling via Europese afspraken, zoals SEPA of SEPA Instant. SEPA staat voor Single Euro Payments Area: het geheel van regels dat eurobetalingen tussen banken mogelijk maakt. Die regels zijn Europees, maar de uitvoering gebeurt via systemen van banken.

  • Bij kaart- en smartphonebetalingen komt daar vaak nog een commerciële laag bovenop. Denk aan Visa, Mastercard, PayPal, Apple Pay of Google Pay. Zij leveren gebruiksgemak, maar bepalen ook mee wie toegang krijgt, welke kosten worden aangerekend en welke gegevens worden verzameld.

Die betaalrails zijn dus wel gereguleerd, maar niet publiek. Ze worden beheerd door banken, kaartnetwerken of technologiebedrijven.

Een goed voorbeeld is Apple Pay. Jarenlang hield Apple de NFC-chip in de iPhone grotendeels gesloten voor andere betaalapps. Die chip maakt contactloos betalen mogelijk. Europese banken konden daardoor geen volwaardige eigen betaaloplossing aanbieden op de iPhone. Een betaling liep dan via Apple Pay, niet rechtstreeks van bankapp naar betaalterminal.

Zo werd Apple in de praktijk een poortwachter van contactloos betalen. Een belangrijke betaalroute lag in handen van één Amerikaans technologiebedrijf. Pas na Europese druk stelde Apple de NFC-toegang open voor andere aanbieders.

Dat maakte ook ruimte voor Wero, een Europese betaaloplossing in bankapps. Wero wil functies van onder meer Payconiq en iDEAL samenbrengen en Europa minder afhankelijk maken van Amerikaanse betaalspelers. Het blijft wel een initiatief van banken. Het is dus Europees, maar niet publiek in eigendom.

Kortom: banktegoeden reizen over private rails. Soms via de eigen bank, soms via interbancaire systemen, soms via extra lagen van kaartnetwerken of Big Tech. Ze zijn publiek gereguleerd, maar privaat beheerd. En precies daar zit de spanning.

 

2.2. Bitcoin — privaat, digitaal, decentraal

Cryptomunten zijn de nieuwkomers. Bitcoin, de bekendste onder hen, noemt zichzelf graag ‘geld buiten het systeem’. Met dat systeem bedoelt het: overheid, centrale banken en het financiële establishment. En dat is juist: cryptomunten bouwen hun eigen muntstelsels, met een eigen logica van waarde en legitimiteit. Bitcoin werd ontworpen als betaalmiddel én als waardeopslag (koopkracht behouden door de tijd heen), en laat mensen rechtstreeks met elkaar betalen zonder banken als tussenstap.

Bitcoin ontstond uit het wantrouwen na de financiële crisis van 2008. Banken hadden zichzelf vastgereden, maar werden met publiek geld overeind gehouden. In dat klimaat kreeg Bitcoin zijn aantrekkingskracht: geld zonder overheid, zonder bank, zonder centrale autoriteit.

Radicaal decentraal

Bitcoin wordt vaak voorgesteld als digitaal goud. Daar zit iets in: het aantal bitcoins is beperkt en kan niet zomaar worden uitgebreid. Toch loopt de vergelijking mank. Goud is schaars omdat het fysiek schaars is. Bitcoin is schaars omdat de code dat zo bepaalt. Bovendien beweegt bitcoin vandaag vaak mee met risicovolle financiële markten. Als bescherming tegen inflatie is het dus minder vanzelfsprekend dan de voorstanders beweren. [6].

Nieuwe bitcoins ontstaan via mining. Dat klinkt alsof er iets uit de grond wordt gehaald, maar in werkelijkheid gaat het om computers. Overal ter wereld proberen gespecialiseerde machines cryptografische puzzels op te lossen. De miner die als eerste de juiste oplossing vindt, mag een nieuw blok met transacties toevoegen aan de blockchain. Als beloning krijgt hij nieuwe bitcoins. Die kan hij houden of verkopen. Zo komen nieuwe bitcoins in omloop [7]

Nieuwe bitcoins ontstaan via mining: duizenden gespecialiseerde computers proberen voortdurend cryptografische puzzels op te lossen. De miner wiens computers als eerste een geldig resultaat vinden, mag een nieuw blok met transacties toevoegen aan de blockchain (zie na stablecoins). In dat blok zit een speciale transactie die nieuwe bitcoins cre op ëert en als beloning toekent aan de miner. Die nieuw gecreëerde bitcoins kan de miner vervolgens verkopen — zo komen ze in omloop [7]. Mining doet dus twee dingen tegelijk. Het beveiligt het netwerk én het brengt nieuwe bitcoins in omloop [8]. Zie ook de verdere toelichting hieronder bij de rail van cryptomunten.

Het maximumaantal bitcoins ligt vast op 21 miljoen. Bijna 20 miljoen zijn er al gemined. De laatste fracties zullen pas rond 2140 ontstaan. Daarna krijgen miners geen nieuwe bitcoins meer, maar alleen nog transactiekosten. Wie wil dat zijn betaling sneller wordt verwerkt, betaalt dan meer. Transactiekosten worden zo de prijs voor plaats op de blockchain.

Bitcoinbetalingen gebeuren rechtstreeks tussen gebruikers, zonder bank of centrale autoriteit. Maar dat betekent niet dat er geen infrastructuur is. Elke betaling moet door het netwerk worden bevestigd. Bitcoin is dus geen digitale versie van cash. Het is een digitaal betaalsysteem met een eigen, ingebouwde tussenlaag.

Daar wringt het. Geld moet bruikbaar en stabiel zijn. Bitcoin is dat voorlopig niet. De waarde wordt volledig door de markt bepaald en kan sterk schommelen [9]. In theorie kun je ermee betalen, maar in de praktijk gebeurt dat weinig [10]. In België is de adoptie beperkt; ook in Leuven vind je amper handelszaken die bitcoin aanvaarden [11].

Bitcoin blijft daarom vooral een fascinerend experiment in digitale schaarste. Als betaalmiddel is het onhandig. Als fundament voor een rechtvaardige economie is het veel te instabiel.

 

2.3. Stablecoins — privaat, digitaal, pseudo-stabiel

Net omdat bitcoin zo onderhevig aan sterke prijsschommelingen is, gingen veel gebruikers op zoek naar een stabieler alternatief. Dat alternatief kwam er in de vorm van de stablecoin [12]. Het principe is eenvoudig maar tegelijk revolutionair: een stablecoin wordt uitgegeven door een privaat bedrijf dat belooft dat voor elke digitale munt één echte munt — of een portefeuille van financiële activa zoals deposito’s of staatsobligaties — in reserve staat. Die reserve wordt door de uitgever zelf beheerd, buiten het publieke geldsysteem. Het is een cruciale belofte, maar wel een private belofte. 
Zo beheert de grootste stablecoinspeler Tether een stablecoin, de USDT, die draait buiten de banken, maar toch op de dollar leunt. Door die koppeling blijft de waarde stabiel. 1 stablecoin USDT = 1 dollar. 
Op deze manier probeert men het beste van twee werelden te combineren: de handelssnelheid van crypto met de stabiliteit van traditioneel geld. “Stable” betekent hier dan niet publiek gegarandeerd, maar marktgestut en contractueel beloofd.

Er bestaan intussen tientallen stablecoins. Elke uitgever creëert zijn eigen digitale “dollarstablecoin” of “eurostablecoin”, los van het publieke geldsysteem. En stablecoins zijn intussen onmisbaar geworden in de cryptowereld: beleggers parkeren hun bitcoin of ethereum massaal in stablecoins om de schommelingen te ontwijken [13]

De groei is explosief. Meer dan twee derde van alle cryptotransacties verloopt vandaag via stablecoins. Begin 2020 was de gezamenlijke markt nauwelijks 20 miljard dollar groot. In 2025 is dat al meer dan 250 miljard. Het Amerikaanse Tether een vertegenwoordigt ongeveer 60 procent van de markt. En het transactievolume is zo sterk gestegen dat volgens sommige bronnen stablecoins in 2024 evenveel waarde verwerkten als Visa en Mastercard samen [14].

Daar zit het risico.

Stablecoins beloven stabiliteit, maar ze blijven privaat geld. Ze hangen af van reserves bij een bedrijf. Ze kunnen gebruikers blokkeren. Ze vallen vaak onder buitenlandse regelgeving. En ze vormen zo een soort schaduwversie van ons geldsysteem: geld dat zich gedraagt alsof het publiek is, maar het niet is.


RAILS VOOR CRYPTOMUNTEN: blockchain

Cryptomunten bewegen niet over bankrails. Ze gebruiken hun eigen digitale rail: de blockchain.

Een blockchain is een gedeeld digitaal register waarin transacties worden bijgehouden. Er is geen bank die het overzicht bewaart. Duizenden verspreide computers houden tegelijk een kopie bij. Zodra er een nieuwe transactie komt, controleert het netwerk of die klopt. Pas daarna wordt ze toegevoegd.

Je kunt het vergelijken met een dorp waarin alle betalingen in één groot kasboek worden geschreven. Alleen ligt dat kasboek niet in het gemeentehuis. Iedereen heeft een eigen kopie. Probeert iemand te knoeien, dan valt dat meteen op, omdat de kopieën niet meer overeenkomen.

Dat maakt blockchain interessant: ze is transparant, moeilijk te vervalsen en niet afhankelijk van één centrale beheerder.

Maar dat betekent niet dat ze zonder problemen is. Transactiekosten kunnen sterk schommelen. Betalingen kunnen traag zijn. Bitcoin verbruikt veel energie. Nieuwere blockchains zijn sneller en zuiniger, maar ook daar verschuift macht vaak naar grote spelers: miners, validators, handelsplatformen. De rail is dus decentraal, maar niet automatisch democratisch.

Er is nog een ander probleem. Wie zijn private sleutel verliest, verliest zijn toegang tot het geld. Er is geen loket, geen helpdesk, geen bankbediende die iets kan herstellen. Dat klinkt aantrekkelijk zolang alles goed gaat. Maar absolute controle betekent hier ook absolute verantwoordelijkheid.

Bitcoin en stablecoins zijn twee uitersten binnen een brede cryptowereld. Bitcoin heeft geen centrale uitgever. Stablecoins hebben die meestal wel, maar blijven buiten het publieke geldsysteem functioneren. Andere munten, zoals Ethereum, dienen eerder als digitale infrastructuur dan als geld.

Wat ze delen, is dit: ze bewegen buiten het klassieke kader van publiek geld, centrale banken en democratische controle. Dat maakt ze aantrekkelijk voor wie vrijheid zoekt, maar ook riskant. Niet omdat elke gebruiker slechte bedoelingen heeft. Wel omdat er minder publieke waarborgen zijn wanneer het misloopt.

Precies daarom duiken cryptomunten ook op in grensgebieden: ransomware, darkwebhandel, sanctieontwijking of andere transacties waar toezicht moeilijk is. Dat is niet het hele verhaal van crypto, maar het hoort er wel bij. Het probleem zit niet alleen in de technologie. Het zit vooral in de vraag wie uiteindelijk verantwoordelijkheid draagt [15].

 

2.4 Conclusie privaat geld

Privaat geld beheerst vandaag het grootste deel van ons dagelijkse betalingsverkeer. We betalen met bankkaarten, apps, overschrijvingen en steeds vaker via commerciële platformen. Dat werkt vlot, maar het rust niet op hetzelfde fundament als publiek geld.

Een banktegoed is uiteindelijk een vordering op een commerciële bank. Een stablecoin hangt af van de reserves en de betrouwbaarheid van het bedrijf dat ze uitgeeft. Cryptomunten kunnen dan weer sterk in waarde schommelen. In al die gevallen blijft geld afhankelijk van private spelers, private regels en private infrastructuur.

Dat is de kern. Gebruiksgemak is niet hetzelfde als publieke zekerheid. Privaat geld kan handig zijn, snel en bijna onzichtbaar aanwezig in ons dagelijks leven. Maar het biedt geen publieke garantie.

Het schema maakt zichtbaar wat vandaag aan het gebeuren is: het publieke fundament van ons geldsysteem wordt smaller, terwijl de private laag steeds groter wordt.

Schema 2 — Hoe de publieke geldlaag wegdeemstert ten voordele van de private geldlaag. © Peter Droeshout en Het Verzet

 

Aan de publieke kant: 
Cash , de enige echte publieke, anonieme en niet-digitale geldsoort, daalt snel in gebruik en wordt actief ontmoedigd — door banken, bedrijven én overheid. De komst van een volwaardige digitale euro blijft politiek onzeker (zie deel 5). En centrale bankreserves , de veiligste vorm van digitaal publiek geld, blijven exclusief voor banken. Voor burgers bestaan ze niet.

Aan de privaat kant:
Alles blijft overeind — sterker nog: de private laag neemt de publieke kant over. Banktegoeden blijven het dominante geld. Stablecoins groeien explosief. Cryptomunten blijven onderhevig aan sterke prijsschommelingen.

Cruciaal daarbij: elke geldsoort reist over zijn eigen rail. Publiek geld over publieke infrastructuur; privaat geld over private netwerken zoals SEPA, kaartmaatschappijen of blockchains. Terwijl het publieke fundament vervaagt, worden private rails stap voor stap de default rails van onze economie. Niet omdat ze beter zijn, maar omdat er geen publiek alternatief meer overblijft. De rail bepaalt wie toegang krijgt, welke transacties mogen, tegen welke kost, welke data wordt verzameld — en dus wie de macht heeft.

 

Voor de volledigheid:

In deze reeks lopen twee vragen naast elkaar.

De eerste is heel concreet: hoe betalen wij? Via welke rails, via welke wegen gaat ons geld wanneer we een kaart gebruiken, een overschrijving doen of met een app betalen?

De tweede vraag ligt dieper: wie bestuurt het geldsysteem? Wie mag geld creëren? Wie krijgt toegang tot welk soort geld? En onder welke voorwaarden?

Die twee niveaus kun je onderscheiden, maar niet van elkaar losmaken. Betaalrails zijn geen neutrale buizen waar geld toevallig doorheen stroomt. Ze tonen hoe het geldsysteem werkelijk georganiseerd is. Wat op het niveau van centrale banken, banken en regelgeving wordt beslist, voelen burgers uiteindelijk aan de kassa, in hun bankapp of aan de geldautomaat.

Daarom gaat dit niet alleen over techniek. Wie bepaalt welke betaalroutes bestaan, bepaalt ook mee hoe afhankelijk burgers worden van banken, platformen of publieke instellingen.

Centrale banken sturen het systeem. Betaalrails maken dat systeem dagelijks voelbaar. Wie alleen naar het ene kijkt en het andere vergeet, mist hoe geld macht wordt.

 

 

Democratische controle op de centrale bank

In Europa wordt monetair beleid vaak voorgesteld als iets technisch. Iets voor centrale banken, modellen en experts. Politici moeten op afstand blijven, zo luidt de redenering, zodat de centrale bank in alle rust de stabiliteit kan bewaken.

Dat klinkt verstandig, maar het is niet het hele verhaal. Professor Mattias Vermeiren wijst erop dat centrale banken beslissingen nemen die diep ingrijpen in de samenleving [16]. Hun keuzes hebben gevolgen voor werkgelegenheid, ongelijkheid, krediet, vastgoedprijzen en overheidsfinanciën. Dat zijn politieke gevolgen, ook wanneer ze in technische taal worden verpakt [17].

De recente aanvallen van Trump op de Amerikaanse centrale bank tonen de andere kant van het probleem. Een geldsysteem moet beschermd worden tegen politieke willekeur. Maar bescherming mag niet betekenen dat het buiten elke democratische verantwoording valt. Waar publieke instellingen niet stevig en democratisch verankerd zijn, ontstaat ruimte voor machtsgreep — door sterke politieke figuren, maar evengoed door commerciële belangen.

Onafhankelijkheid mag geen vrijgeleide worden voor beleid zonder publieke verantwoording.

Juist daarom pleit Vermeiren voor meer democratische controle op monetair beleid. Dat beleid werkt niet alleen door in de financiële wereld, maar ook in de samenleving zelf: in overheidsfinanciën, productie, werkgelegenheid, krediet en vermogensprijzen. Dat zijn geen toevallige neveneffecten. Ze behoren tot de kern van wat monetair beleid doet.

Democratische controle betekent niet dat regeringsleiders zomaar de rente moeten kunnen bepalen. Integendeel. De onafhankelijkheid van centrale banken blijft belangrijk, net om kortetermijnpolitiek te vermijden. Maar onafhankelijkheid mag geen excuus worden voor beleid zonder publieke verantwoording.

Daarom kijkt Vermeiren vooral naar het parlement. Daar zouden de grote prioriteiten van het monetair beleid geregeld opnieuw besproken moeten worden. Niet om elke rentebeslissing politiek te maken, wel om het mandaat, de doelstellingen en de maatschappelijke gevolgen openlijk te bespreken.

Een verwant perspectief vind je bij Modern Monetary Theory, of MMT. Ook daar klinkt de kritiek dat geldbeleid nooit louter technisch is. Het gaat altijd over keuzes. Toch past MMT maar gedeeltelijk op de eurozone. Landen als België, Frankrijk of Italië geven hun munt niet zelf uit. Ze gebruiken de euro, maar controleren de geldcreatie niet rechtstreeks. Daardoor blijft begrotingsbeleid institutioneel gescheiden van de centrale bank [18].

Het doel is dus niet om de ECB of nationale centrale banken partijpolitiek te maken. Het doel is verantwoording. Dat kan via duidelijke mandaten, transparante rapportering, parlementaire hoorzittingen en publieke evaluaties. Monetair beleid is te machtig om volledig buiten het democratische domein te blijven.

Juist daarom pleit prof. Vermeiren voor een herwaardering van de democratische controle op het monetair beleid. De effecten van dat beleid grijpen diep in op overheidsfinanciën, productie, werkgelegenheid en vermogensmarkten. Het gaat daarbij niet om onbedoelde nevenschade, maar om effecten die tot de kern van het beleid behoren. Monetair beleid stuurt al deze domeinen mee — het is geen technische bijzaak, maar een sleutelmechanisme van de economie.

 

Wat zegt deze architectuur over onze samenleving

De twee schema’s maken in één oogopslag duidelijk hoe de machtsverhouding verschuift. Publiek geld en publieke infrastructuur worden smaller. Private spelers, private regels en private risico’s nemen meer plaats in.

Die risico’s verdwijnen niet. Ze komen uiteindelijk ergens terecht. Vaak bij de burger. Dat hebben financiële crisissen eerder laten zien. Wanneer banken in de problemen komen, worden klanten onzeker en moet de overheid tussenkomen om het systeem overeind te houden. Publieke garanties beschermen dan niet alleen burgers, maar ook een privaat systeem waarop burgers zelf weinig greep hebben.

Daarom is deze reeks nodig. Ons geldstelsel verandert niet vanzelf en ook niet onschuldig. Het wordt stap voor stap herbouwd. De vraag is dus: hoe houden we een publiek fundament onder ons geld?

Daarover gaat Deel 5 Pleidooi voor geld zonder poortwachters: over cash, de digitale euro en wat we vandaag kunnen doen om een vrije, publieke geldlaag te behouden in een steeds privater betaallandschap.

Deze architectuur is geen neutraal technisch ontwerp. Ze is het resultaat van keuzes: wie toegang krijgt, wie de infrastructuur beheert en wie de risico’s draagt.

Zodra je ziet hoe geld stroomt, volgt vanzelf de vraag: wie zit aan de knoppen? Het antwoord ligt niet alleen bij banken of technologie. Het raakt ook aan ideologie en geopolitiek. Dat wordt duidelijk bij een geldvorm die snel terrein wint: stablecoins (Deel 4).


 

 

Nog even dit

[1] Een uitgebreide meer technische bespreking van de geldrails: Alex Malyshev, “Payment Rails Explained: The Infrastructure Powering Money Movement”, in: SDK.Finance,

[2] We spreken hier enkel over retailrails, zoals Bancontact of VISA, en bankrails, zoals SEPA of Target. Kapitaalmarktrails zoals Euroclear vallen buiten het artikel. Euroclear hoort in de bovenste laag van het financiële systeem — de kapitaalmarkt — en speelt geen rol in het dagelijkse betaalverkeer waar onze reeks over gaat.

[3] Zie Europese Centrale Bank, Ontwerprulebook voor de digitale euro (Engels), november 2025 

[4] Wij gaan ervan uit dat we onze tegoeden bij private banken altijd kunnen opvragen. Think again. Tijdens de financiële crisis in Libanon gijzelde al-Hajjar zijn bank en dreigde de bank in brand te steken. Hij eiste het geld van zijn rekening om zijn vrouw Ola te laten behandelen tegen kanker. Zie: Raja Abdulrahim, “He Held Up a Bank to Get His Own Money”, in: New York Times, July 28, 2023 

[5] Voor de volledigheid: Bij Belgische banken is uw geld, op al uw zichtrekeningen, spaarrekeningen, termijnrekeningen en kasbons samen, gewaarborgd tot 100.000 euro per bank en per persoon (niet per rekening). Als u meer dan dat bedrag aan spaargeld hebt, kunt u dat het best over verschillende banken spreiden.

[6] Dat alles maakt goud geen perfecte veilige haven, maar wel een historisch erkend referentie-anker binnen het monetaire systeem. Bitcoin daarentegen is schaars bij gratie van code en consensus. Zijn limiet van 21 miljoen munten is geen natuurwet, maar een afspraak die alleen geldt zolang het netwerk blijft functioneren. 
Dat verschil wordt zichtbaar bij stress: waar goud vaak stabiliseert of vertraagd reageert, beweegt bitcoin doorgaans heftig mee met risicovolle markten. Dat maakt bitcoin vandaag vooral een speculatief actief, geen betrouwbaar betaalmiddel of robuuste veilige haven.
De tegenstelling tussen goud en bitcoin is dus niet technologisch, maar institutioneel en politiek: goud is een schaarstevorm met publieke erkenning en historische inbedding; bitcoin is private digitale schaarste zonder publieke waarborgen.
Zie ook: Stijn Decock, “Terwijl crypto crashte, steeg het goud. Hoe komt dat?”, in: De Standaard, 14 oktober 2025

[7] Wil je bitcoins kopen? Dan kan je dat het makkelijkst doen op gereguleerde crypto-beurzen zoals Binance, Kraken of Bitstamp 

[8] De “puzzels” in Bitcoin-mining worden niet gemaakt of uitgedeeld door een persoon of bedrijf. Ze worden automatisch gegenereerd door het Bitcoin-protocol zelf — de software en de regels die Satoshi Nakamoto in 2009 heeft ontworpen. Satoshi Nakamoto is overigens een pseudoniem. Misschien zelfs van een groep van starters. Volgens een HBO-documentaire ‘Money Electric’ van 2024 zou de man Leonard Sassaman kunnen zijn, een Amerikaanse computerwetenschapper, gespecialiseerd in privacy, die doctoreerde aan de KU Leuven. Hij pleegde zelfmoord in 2011 en ligt begraven in Heverlee. 

[9] Bitcoin heeft al meerdere zware crashes meegemaakt: 2011: –93%; 2013–2015: –84%; 2017–2018: –83%; 2021–2022: –77%. Dat maakt bitcoin haast onbruikbaar als geld en risicovol als belegging. 

[10] Voor de volledigheid: elke bitcoin bestaat uit 100 miljoen kleine onderverdelingen, satoshi's. Dat maakt Bitcoin bruikbaarder voor betalingen, net als cent en euro. 

[11] Zie onder meer op bitcoinwiki

[12] De eerste stablecoins ontstonden rond 2014 in de Verenigde Staten. De allereerste succesvolle stablecoin was Realcoin, gelanceerd in juli 2014 door Brock Pierce, Reeve Collins en Craig Sellars. Realcoin werd later omgedoopt tot Tether (USDT), dat vandaag nog altijd de grootste stablecoin ter wereld is. 

[13] Dat doen ze heel eenvoudig: op een cryptoplatform wisselen ze hun volatiele crypto-activum in voor een stablecoin, meestal USDT of USDC. Die omzetting gebeurt quasi instant via de orderboeken van de beurs. Je verkoopt je bitcoin aan de marktprijs, en de tegenwaarde verschijnt onmiddellijk als stablecoin op je wallet. Zo blijven ze “in het cryptosysteem”, maar vermijden ze de prijsschommelingen (volatiliteit) van bitcoin zelf.

[14] Zie: Spencer Feingold: "Stablecoin surge: Here’s why reserve-backed cryptocurrencies are on the rise", in: Financial and Monetary Systems, World Economic Forum, 26 maart 2025
Ook: Will Canny, "Wall Street-bank JPMorgan zegt dat de stablecoin-markt tegen 2028 kan groeien tot $600 miljard”, in: Coindesk, 19 dec 2025

[15] Rapporten zoals het 2025 Crypto Crime Report van Chainalysis tonen aan dat in 2024 miljarden dollars aan cryptovaluta naar adressen gelinkt aan ransomware, darkwebhandel en andere illegale activiteiten stroomden, waarbij stablecoins zelfs het grootste deel van deze transacties uitmaakten.
Kristof Clerix, “Criminele crypto: waarom een sekswerker een QR-code op haar dij moest tatoeëren”, in Knack, 18-11-2025 Zie over stablecoins ook Aaron Krolik, “How a Cryptocurrency Helps Criminals Launder Money and Evade Sanctions”, in: The New York Times, 7 dec. 2025

[16] Mattias Vermeiren, “De Federal Reserve onder vuur: lessen voor links”, in Samenleving & Politiek, 2025, 10 (december), 39-47. 
In zijn boeiend boek Money and Governement brengt Skidelsky een ideeëngeschiedenis van het monetair beleid sinds 1929 en stelt één centrale these: monetair beleid is nooit neutraal geweest; het is altijd een vorm van economisch bestuur — en dus een politieke keuze. Volgens Skidelsky heeft de economische orthodoxie (monetarisme, technocratische centrale banken) geprobeerd geld los te koppelen van democratische besluitvorming. Dat is volgens hem zowel historisch onjuist als maatschappelijk gevaarlijk.
Robert Skidelsky, Money and Government,  2019, Blackstone Publishing, 9780141988610, 

[17] Zie maar naar het monetair beleid van de Nationale Bank van België met uitgesproken politieke effecten. Door in het kader van de ECB-opkoopprogramma’s (QE’s - zie voetnoot 2, in deel 2) massaal Belgische staatsobligaties aan te kopen, drukte de NBB de financieringskosten van de overheid en hield ze de rente langdurig laag. Dat stabiliseerde de economie, maar had duidelijke herverdelende gevolgen: spaargeld verloor aan koopkracht, vastgoed- en aandelenprijzen stegen, en banken genoten risicoloze inkomsten op centrale-bankreserves. Deze keuzes bepaalden wie wint en wie verliest — en zijn daarmee geen louter technische ingrepen, maar politieke beslissingen met maatschappelijke impact.

[18] Zie: Lemma Modern Monetary Theory in Wikipedia
M. Kasongo Kashama, "An assessment of modern monetary theory”, in: Economisch tijdschrift, Nationale Bank Van België, 24 jun 2020
Mohsen Javdani, "What is modern monetary theory? An economist explains how it could help Canada", in The Conversation, May 26, 2025

Omgekeerd is ook waar: de Europese Centrale Bank kan amper een eigen monetair beleid voeren net omwille van de lidstaten die hun eigen monetair beleid voeren, los van de geldcreatie. (zie: Douglas Rediker and Heidi Crebo-Rediker, “Europe Is Missing Its Moment
It’s Time to Finally Reform—or Risk Irrelevance”, in: Foreign Affairs, 17 december, 2025).
Dat neemt niet weg dat de democratische controle op beide niveaus nodig is: Europees en nationaal of lokaal. Dat is een van grote zwaktes van Europa. Zie:
Jurgen Habermas, Een toekomst voor Europa, 2017, boom, 9789461059857
Wendy Brown, Undoing the Demos - Neoliberalism`s Stealth Revolution, 2017, Zone Books, 9781935408543