DEZE FOTO stamt uit het begin van de jaren vijftig en toont mensen die zich haastig voortbewegen in een canyon van monolithische gebouwen in het financiële district van mistig Londen. Ze komen uit het niets (links) en verdwijnen in het niets (rechts).
Bij het kijken naar dit beeld hoor ik onwillekeurig een echo uit de popmuziek. All the lonely people – Where do they all come from? All the lonely people– Where do they all belong? zingen The Beatles in Eleanor Rigby. Ze zingen over iets wat velen herkennen: alleen zijn terwijl je midden tussen de anderen bent. Dat gevoel zie ik ook hier. De mensen op de foto maken deel uit van de stad. Ze bewegen zich erin, ze lijken er thuis te horen. En toch lijkt niemand echt ‘daar’ te zijn. De vraag waar ze thuishoren blijft open.
Flâneurs zijn dit niet. Niemand slentert hier. Niemand neemt de tijd om te kijken. De flâneur wandelt zonder duidelijke bestemming, vertraagt, observeert. Hier is daar geen plaats voor. De stad duwt voort. Walter Benjamin zag de flâneur opduiken in het Parijs van de negentiende eeuw – precies op het moment dat die manier van kijken bedreigd werd door snelheid, handel en massa. De flâneur blijkt dus geen blijvend ideaal, maar een teken van een wereld die verandert – en waarin zijn plaats steeds onzeker wordt.
Dat zie je in dit beeld: de mogelijkheid tot flaneren lijkt hier verdwenen. Wat overblijft, is een stad waarin mensen doorstappen. Ze houden niet halt. Ze dwalen niet. Ze zijn onderweg. Zelfs de blik van de man links lijkt geen plaats meer te vinden om te rusten.
Misschien is dat wat me raakt: het lijkt alsof er geen tijd meer is om even te blijven hangen. Flaneren was ooit een manier om je, al was het maar voor even, thuis te voelen in de stad. In dit beeld lijkt die mogelijkheid ver weg. De mensen worden omringd door de stad, maar lijken nergens echt te blijven. Ze zijn deel van de stroom, maar niet van een verblijf.
Het beeld toont precies dat: een stad waarin bewegen vanzelfsprekend is geworden, maar verblijven moeilijk. Geen groot drama, geen zichtbaar verdriet. Dat maakt het beeld zo herkenbaar. Niet de mensen zijn verloren, maar de tijd om te vertragen.
En dan keert die vraag terug — niet luid, maar zacht op de achtergrond: Where do they all belong? Waar horen zij eigenlijk thuis? Niet geografisch, niet administratief, maar menselijk. De foto geeft geen antwoord. Ze laat de vraag bestaan.
<< XXXVI - Arnold Newman | XXXVIII - Claire Droppert >>
Nog even dit
Robert Frank (1924–2019) werd geboren in Zürich en emigreerde in 1947 naar de Verenigde Staten. Hij is vooral bekend om zijn baanbrekende boek The Americans, dat voor het eerst in het Engels werd gepubliceerd in 1959. Niet alleen blijft dit een referentiewerk voor generaties fotografen; het boek gaf ook aanleiding tot een geheel nieuwe vorm van fotoboeken.
De toelichting bij mijn ‘fotoboek’ vind je in Kijken naar foto’s.
Ik schreef deze tekst, met ondersteuning van ChatGPT bij herformulering en redactionele feedback. Inhoud, argumentatie en eindversie zijn van mij.
AI-transparantie: AI-2: Taalredactie + suggesties voor formulering
GPTZero-score: 93% human. ‘We are highly confident this text is entirely human.’