Dag Pieter,


Iets schrijven “...rond de rol van wetenschap, de zin en onzin van wetenschap”? Dat doe ik graag, want wetenschap gaat, net als kunst, over de tover in de wereld. En het bovenhalen van die tover, de geest in de dingen, is de zin van het leven.


De werkelijkheid bestaat uit fenomenen: standen van zaken veranderen in andere standen van zaken. De tover schuilt in het fenomeen, zoals de vrucht in haar bolster. De fenomenen tonen zich, als sterren gestrooid over het uitspansel dat we de ‘werkelijkheid’ noemen (‘ster’ en ‘strooien’ zijn etymologisch verwant). In het gefonkel bespeurt men allerlei wetmatigheden. Daar grijpen wij naar, zoals kinderen naar de maan. Wij willen begrijpen.


Fenomenen zijn, zoals sterren: zichtbaarheden uitkristalliserend uit de verborgenheid. Dit is het eerste, primaire raadsel: alle fenomenen nemen deel aan hetzelfde zijn, blijken ingebed in éénzelfde Unus Mundus. Ook de wetmatigheden die wij menen te bespeuren maken deel uit van het ‘zijn’. Ook ons bewustzijn omtrent die wetmatigheden, en ons bewustzijn omtrent dit bewustzijn, liggen ingebed in datzelfde ‘zijn’. Het ‘zijn’ zelf is ingebed in het ‘zijn’.


De fenomenen zijn ingebed in de drie-éne oergrond van ‘zijn’, ‘waarheid’ en ‘openbaring’.


Vervolgens is dit ‘zijn’, de vadergrond en het moederloog van de fenomenen, het voorwerp van ‘waarheid’ of ‘logos’. Het ‘zijn’ verschijnt als ‘logos’ of als ‘waarheid’ met betrekking tot de standen van zaken. ‘Waarheid’ of ‘logos’ kan niet zijn zonder het zijn. Maar anderzijds is ‘zijn’ zonder ‘waarheid’ principieel ononderscheidbaar van ‘niet-zijn’. ‘Zijn’ en ‘waarheid’ zijn twee zijden van eenzelfde munt; ze impliceren elkaar en deze wederzijdse implicatie ligt ingebed in zowel het ‘zijn’ als in de ‘waarheid’.


‘Zijn’ en ‘waarheid’ zijn verenigd in de derde natuur van de oergrond van de dingen die we de ‘openbaring’ of de ‘onverborgenheid’ kunnen noemen. De ‘waarheid’ kan maar ‘waarheid’ zijn in de mate dat ‘waarheidstoegankelijkheid’ dwz. ‘openbaring’ voorhanden is. Deze ‘openbaring’ of ‘principiële toegankelijkheid’ van de waarheid is tegelijk ook de ‘openbaring’, de ‘onverborgenheid’ of de ‘toegankelijkheid’ van het ‘zijn’. De ‘openbaring’ impliceert het ‘zijn’ en de ‘logos’ met betrekking tot dat zijn; zonder ‘zijn’ en ‘waarheid’ is er geen ‘openbaring’. Doch het omgekeerde geldt eveneens: zonder ‘openbaring’ is ‘zijn’ ononderscheidbaar van ‘niet-zijn’ en ‘waarheid’ ononderscheidbaar van ‘onwaarheid’. Openbaring is het gist en de geest van zijn en waarheid.


De fenomenen zijn ingebed in de drie-éne oergrond van ‘zijn’, ‘waarheid’ en ‘openbaring’. Het wonder van het menselijk bestaan is gelegen in het feit dat onze geest deze drie-eenheid kan grijpen. Dit vermogen om de oergrond van de dingen te grijpen drukt zich concreet uit in het menselijk spraakvermogen en in de menselijke taal. De taal is deel van de tover.


Gegroet
Jos




Tweede brief. Over de 4 oorzaken
Derde brief. Over de paasdroom van Wolfgang Pauli
Vierde brief. Vier geboortes
Vijfde brief. Over leven en bewustzijn
Zesde brief. Over God en 4 soorten engelen
Zevende brief. Het dictum van Richard Feynman
Achtste brief. Corona blues